Bedrijfsartsen spelen een belangrijke rol in het voorkomen van werkgerelateerde aandoeningen. Zo schrijft de Arbowet sinds 2017 voor dat de bedrijfsarts vrije toegang heeft tot de werkvloer en dat werknemers de bedrijfsarts kunnen bezoeken als er (nog) geen sprake is van klachten of verzuim.
Ook is er binnen de beroepsgroep een groeiende aandacht voor preventie en benoemt de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB) preventie in haar koersdocument als één van de vier kernonderwerpen.1 Toch blijkt dat preventieve taken in de dagelijkse werkzaamheden van een bedrijfsarts vaak onderbelicht blijven en ligt de focus in de praktijk veelal bij verzuimbegeleiding.2 Hierbij spelen verschillende belemmeringen een rol, zoals onvoldoende kennis over de inhoud en meerwaarde van preventie bij werknemers en werkgevers, te weinig multidisciplinaire samenwerking binnen organisaties en beperkte (financiële) middelen en tijd.3
Om bedrijfsartsen te ondersteunen bij de uitvoering van hun preventieve taken, is de afgelopen jaren door het RIVM en Amsterdam UMC een interventieprogramma ontwikkeld en geïmplementeerd in bestaande ICT-groepen (intercollegiale toetsing).4 Deelnemende ICT-groepen ontvingen materialen en instructies om in drie bijeenkomsten gedurende een half jaar met het onderwerp preventie aan de slag te gaan. Een belangrijk onderdeel van het programma was gebaseerd op de bewezen effectieve strategieën peer coaching, participatory problem solving en goal setting: het formuleren van persoonlijke strategieën en doelen, en het opstellen van een actieplan voor het uitvoeren van preventieve taken in de dagelijkse praktijk.5
Het interventieprogramma is geëvalueerd middels een gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek, bestaande uit een effect- en procesevaluatie.4 Daaruit bleek dat bedrijfsartsen in de interventiegroep, zes maanden na deelname aan de interventie, vijf uur per maand meer tijd besteden aan het geven van secundair preventief advies tijdens de verzuimbegeleiding dan de bedrijfsartsen in de controlegroep. Daarnaast bleek het programma goed uitgevoerd in deelnemende ICT-groepen en dat het leidde tot waardevolle gesprekken met collega’s over de uitvoering van preventieve taken en ervaren belemmeringen op dit vlak. Van de bedrijfsartsen formuleerde 83 procent strategieën en doelen om deze belemmeringen aan te pakken.6 Dit artikel beschrijft welke doelen bedrijfsartsen in dit onderzoek stelden om preventie beter in te bedden in hun werk, om andere bedrijfsartsen te inspireren en te motiveren om hun eigen preventieve rol verder vorm te geven.
Methode
Deze studie is onderdeel van het IM-PROmPtonderzoek, wat staat voor Implementation of Preventive tasks by Occupational Physicians.4 Het doel van dit onderzoek is het verbeteren van de uitvoering van preventieve taken door de bedrijfsarts, door het ontwikkelen, implementeren en evalueren van een interventie.
De werving van bedrijfsartsen vond plaats via een uitnodiging per e-mail naar de voorzitters van alle ICT-groepen bekend bij de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB) in mei en juni 2023. Voorzitters deelden de uitnodiging met hun ICT-groep, waarna individuele bedrijfsartsen zich aanmeldden en informed consent gaven. Geregistreerde bedrijfsartsen werden geïncludeerd wanneer zij meer dan 16 uur per week werkten als praktiserend bedrijfsarts en geen langdurig verlof gepland hadden tijdens de duur van het onderzoek.
In totaal namen 41 ICT-groepen deel aan dit onderzoek, waarvan 21 groepen (125 bedrijfsartsen) willekeurig waren ingedeeld in de interventiegroep en 20 groepen (106 bedrijfsartsen) in de wachtlijstgroep. De voorzitters van de ICT-groepen uit de interventiegroep volgden een twee uur durende online training over de inhoud en vorm van de interventie, en om hen te ondersteunen in hun faciliterende rol.
De bedrijfsartsen in de interventiegroep (N=125) ontvingen na afloop van het doorlopen van het programma een vragenlijst over hun deelname, doelen en ervaringen. Aanvullend is met zeventien deelnemers (acht ICT-voorzitters, negen deelnemende bedrijfsartsen) een individueel online interview gehouden, om ervaringen met het programma te bespreken.
De gestelde doelen van deelnemende bedrijfsartsen zijn door twee onderzoekers ingedeeld in preventieve taken gericht op het niveau van de individuele werkende of de organisatie. De preventieve taken op het individuele niveau werden onderverdeeld in: preventief of open spreekuur, preventief medisch onderzoek en periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PMO/PAGO), aanstellingskeuringen, en preventief advies bij verzuim. Taken op het organisatorische niveau werden ingedeeld in: werkplekbezoek, risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), arbo- en preventiebeleid, multidisciplinair overleg, en voorlichting aan werknemers en werkgevers. De onderzoekers transcribeerden de interviews en analyseerden deze thematisch. De resultaten hieruit dienen ter ondersteuning en verdieping van de vragenlijstgegevens.
Preventieve taken blijven in de dagelijkse routine van de bedrijfsarts nog onderbelicht
Resultaten
In totaal vulden 98 bedrijfsartsen de vragenlijst in en hun demografische kenmerken worden weergeven in Tabel 1. Van de 98 bedrijfsartsen gaven 83 antwoord op de vraag naar hun doelen om preventieve taken beter in te bedden in hun werk. Hiervan konden 74 antwoorden worden ingedeeld in preventieve taken gericht op de individuele werkende (N=37) of preventieve taken gericht op het organisatieniveau (N=46).
‘Mijn doel was om een deel van mijn agenda vrij te houden voor preventieve taken’
Een aantal bedrijfsartsen formuleerde meerdere doelstellingen en valt in meerdere categorieën. Tabel 2 geeft een overzicht van de frequentie van de doelen per categorie en per taak, met een voorbeeldquote uit de vragenlijst of interviews.
Tabel 1: Demografische kenmerken van bedrijfsartsen.
Demografische kenmerken
Gemiddelde (SD/%)
Leeftijd
52,5 (10,8)
% vrouw
44,6%
Aantal werkuren per week
31,8 (7,4)
Aantal jaren werkzaam
14,7 (11,3)
% (deels) zelfstandig bedrijfsartsen
25,9%
% werkend voor mkb
27,7%
Tabel 2: Overzicht van de frequentie van de doelstellingen per categorie en preventieve taak.*
*Deelnemers konden meerdere doelen formuleren. De aantallen zijn cumulatief en liggen daarom hoger dan de aantallen per afzonderlijke categorie (individueel/organisatorisch).
Thema
Frequentie
Voorbeeldquote
Individuele preventie
37
Preventief spreekuur
10
‘Mijn doel was handen bij elkaar brengen, dus in het kader van meer samenwerking. En daarbij vond ik het belangrijk dat medewerkers bij een werkgever goed op de hoogte zijn van de mogelijkheden van een preventief spreekuur. Omdat je daar ook al mensen mee kunt uitnodigen om toch vrijblijvend een afspraak te maken. Dus het was eigenlijk mijn hoofddoel om dat voor elkaar te zien te krijgen. […] Ik heb dat in overleggen gedaan, met de klant, met KAM-coördinatoren en ook met P&O afgestemd. En ook telkens in diverse SMT’s weer aangekaart van: let op, mensen kunnen ook op preventief spreekuur komen.’ [Interview]
PMO/PAGO
17
‘Het is deels gelukt om PMO/preventie meer bespreekbaar te maken met de werkgever. De uitvoering hiervan loopt tegen vertraging aan omdat het veel tijd kost om alles op te zetten.’ [Vragenlijst]
Keuringen
2
‘Ik zou keuringen erbij willen doen, maar dit is niet gelukt.’ [Vragenlijst]
Preventief advies bij verzuim
14
‘Ik had mij voorgenomen meer met preventie in de spreekkamer bezig te zijn. Preventie bij kleine mkb-bedrijven is lastig dus het start in de spreekkamer. Het onderwerp komt nu vaker ter sprake in verschillende vormen.’ [Vragenlijst]
Organisatorische preventie
46
Werkplekbezoek
12
‘Ik deed vroeger veel werkplekbezoeken en dat is door covid erg verminderd. Nu werd ik hier opeens weer aan herinnerd: ja, het werkplekbezoek is ook een belangrijke taak. Dat wilde ik dus direct weer oppakken. Binnenkort ga ik een hele dag meelopen bij een afdeling, daar heb ik echt zin in.’ [Interview]
RI&E
4
‘Ik had meerdere preventieve taken op mijn lijstje staan. Denk aan een RI&E oppakken en hierover een advies geven aan de afdelingen. Dit is allemaal in gang gezet of al geweest.’ [Vragenlijst]
Arbo- en preventiebeleid
25
‘Ik ben op dit moment bezig met het opzetten van ons preventiebeleid. Dat hadden we nog niet, maar dat was dus mijn doel: meewerken aan ons preventiebeleid, zodat er gewoon tijd en ruimte gemaakt kan worden om echt met preventie aan de slag te gaan.’ [Interview]
Overleg
18
‘Mijn doel was meer contact met leidinggevenden door sociaal medisch overleg (SMO) structureel te gaan plannen, zodat er meer of laagdrempeliger overleg kan plaatsvinden, ook over preventieve zaken naar aanleiding van verzuim of andere zaken die op de afdeling spelen. SMO is voor bepaalde afdelingen nu structureler gepland en hierbij is inderdaad meer aandacht voor preventie.’ [Vragenlijst]
Voorlichting
2
‘Ik zou meer in gesprek willen met stakeholders over preventie van psychisch verzuim. Opleiden van leidinggevenden en werknemers, maar ook commitment krijgen van de gehele organisatie om vroege interventies in te kunnen zetten. Mezelf als bedrijfsarts ook meer bekend maken onder de werknemers zodat ze meer gebruik maken van het preventief spreekuur.’ [Vragenlijst]
Individuele preventie
Met betrekking tot preventie op individueel niveau bleek uit de vragenlijst dat de meeste bedrijfsartsen (N=17) een doel hadden geformuleerd gericht op het uitvoeren van PMO of PAGO. Dit werd gevolgd door het geven van preventief advies bij verzuimspreekuren (N=14). Tien bedrijfsartsen hadden een doel over het open spreekuur, zoals mensen binnen de organisatie op de hoogte brengen van de mogelijkheid om hier gebruik van te maken. Ook hadden twee bedrijfsartsen een doelstelling op het gebied van aanstellingskeuringen.
Organisatorische preventie
De meeste doelstellingen (N=25) voor preventie op het organisatorische niveau zoals geformuleerd in de vragenlijst, hadden te maken met betrokkenheid bij arbo- en preventiebeleid. Dit werd gevolgd door het oppakken of initiëren van multidisciplinair overleg (N=18) en het organiseren van het werkplekbezoek om eventuele risico’s in het werk (beter) in kaart te brengen en de eigen zichtbaarheid te vergroten (N=12). Ook wilden vier bedrijfsartsen meer betrokken zijn bij de RI&E en twee anderen meer voorlichting geven aan werknemers en werkgevers over preventie van (psychisch) verzuim.
Overige doelen
Een aantal bedrijfsartsen stelde een doel dat niet direct gericht was op een preventieve taak, maar op een overkoepelend thema. Bijvoorbeeld het vinden van passende scholing om hun kennis te vergroten, meer tijd besteden aan preventie in de rol van praktijkopleider, of het vrijmaken van tijd in de agenda om meer met preventie bezig te zijn: ‘Ik had zelf een specifiek doel, namelijk om een deel van mijn weekagenda vrij te blijven houden voor dit soort [preventieve] taken. Dat het echt niet beïnvloed wordt door anderen. Het is de donderdagmiddag geworden, dat ik zelf de agenda mag invullen. Want meestal is het: Heb je even tijd? En dan wordt er toch een patiënt tussendoor in je agenda gezet. Dat is voor mij een doel geweest: zelf de agenda bepalen, tenminste voor één dagdeel. Dat lukt nog steeds: het is een kwestie van verkopen.’ [Interview]
Tips om de preventieve rol te versterken
Aan bedrijfsartsen werd in de interviews en vragenlijsten gevraagd om tips mee te geven aan collega’s die helpen bij de uitvoering van preventieve taken. De meestgenoemde tips aan collega’s voor de uitvoering van preventieve taken waren gericht op het bespreken van wensen en afspraken met klanten en werkgevers, zoals ook blijkt uit deze quote van een bedrijfsarts: ‘Ga vooral in gesprek met opdrachtgevers en ontdek waar de behoefte van hun kant ligt. Bekijk verzuimtrends en speel hierop in bij opdrachtgevers. Bied aan om mee te denken hierin en benadruk wat preventie kan doen in het verlagen van ziekteverzuim en het aanbieden van goed werkgeverschap.’ [Vragenlijst]
Het gesprek aangaan met werkgevers geeft volgens bedrijfsartsen ook mogelijkheden om tijd te claimen voor preventie. Daarnaast gaven verschillende bedrijfsartsen aan dat het belangrijk is dat zij zichzelf anders gaan profileren, als expert op het gebied van preventie, in plaats van een arts gericht op verzuim. Op individueel niveau kun je dit doen door bijvoorbeeld duidelijk uit te dragen waar je voor staat als arts en kritisch te zijn naar de klanten of de arbodienst waarvoor je werkt: ‘Zorg dat je dicht genoeg bij jezelf blijft […] Als je denkt van: ik wil graag een preventieve rol hebben, zorg dan dat je in een werkkring zit waarbij dat kan en geaccepteerd wordt, en waarbij het betaald en gewaardeerd wordt. En kies dan vooral niet de arbodienst uit waar je werk aan het doen bent op basis van een uitgekleed contract, wat zonder jou erbij is afgesloten.’ [Interview]
Het programma leidde tot waardevolle gesprekken met collega’s over preventie en ervaren belemmeringen.
Discussie
De resultaten laten zien dat de meeste bedrijfsartsen tijdens deelname aan de interventie erin zijn geslaagd concrete en praktijkgerichte doelen te formuleren. De meeste doelen gingen over betrokkenheid bij arbo- en preventiebeleid, het aangaan van multidisciplinair overleg en de uitvoering van een PMO/PAGO. Uit de baselinedata van dit onderzoek blijkt tegelijkertijd dat dit taken zijn waar in de praktijk nog relatief weinig tijd naar uitgaat.7 De diversiteit aan gekozen doelstellingen weerspiegelt zowel de breedte van het type preventieve taken die bedrijfsartsen in hun werkcontext voor zich zien, als ook taken die worden voorgeschreven vanuit de Arbowet.8 De bevinding dat een aantal doelen voor preventieve taken gericht waren op communicatie en samenwerking onderstreept het belang van interprofessionele afstemming en het zichtbaar maken van de preventieve rol van bedrijfsartsen.
Hoewel de meeste bedrijfsartsen erin slaagden doelen voor zichzelf te formuleren, blijkt uit de effectevaluatie dat de interventie nog niet heeft geleid tot een verandering in het percentage van de werktijd die bedrijfsartsen besteden aan preventieve taken.7 Er is dus intensievere ondersteuning nodig om daadwerkelijk iets te veranderen in de invulling van het werk.
De bevindingen bieden waardevolle aanknopingspunten voor vervolgonderzoek en praktijkontwikkeling. Zo benadrukken diverse bedrijfsartsen het belang van het in gesprek gaan met werkgevers om meer tijd te claimen voor het kunnen uitvoeren van preventieve taken ten behoeve van het beschermen of bevorderen van de gezondheid van de medewerkers. Het perspectief van werkgevers op preventie en hoe zij gestimuleerd kunnen worden om te investeren in preventie blijft echter nog vaak onderbelicht. Vervolgonderzoek zou zich daarom kunnen richten op zowel de bereidheid van werkgevers om te investeren in preventie door de bedrijfsarts en wat zij hiervoor nodig achten, als ook op de determinanten, zoals kennis en houding ten aanzien van de meerwaarde van preventie. Hierbij is het tevens belangrijk extra aandacht te geven aan werkgevers in het midden- en kleinbedrijf (mkb), omdat veel belemmeringen voor preventie te maken hebben met beperkte middelen of faciliteiten.9
Naast de gegeven praktijktips, hebben de resultaten verschillende implicaties voor beleid en praktijk. Bedrijfsartsen kunnen ondersteund worden in hun preventieve taken door de ontwikkeling van (inter)actieve en veelzijdige interventies en onderwijsprogramma’s.10 Deze kunnen bedrijfsartsen bijvoorbeeld helpen bij het ontwikkelen van leiderschapsvaardigheden die nodig zijn bij het claimen van tijd voor preventieve taken bij werkgevers, het aangaan van samenwerking met stakeholders en het integreren van preventieve taken in bestaande routines. Doelen met betrekking tot organisatorische preventie, en dan specifiek betrokkenheid bij arbo- en preventiebeleid, werden door bedrijfsartsen het vaakst genoemd. De interventie in deze studie wordt momenteel doorontwikkeld naar onderwijsproduct, waarbij deelnemers specifiek worden uitgedaagd doelen te stellen ten aanzien van preventieve taken op het organisatorische niveau.11 Daarnaast zou er binnen ICT-groepen langdurig aandacht uit kunnen gaan naar het bespreken van doelen op het gebied van preventieve taken, om elkaar te inspireren en steunen. De ICT-groep is vanwege de vertrouwdheid van de deelnemers met elkaar en de focus op deskundigheidsbevordering bij uitstek een geschikte plek hiervoor. Tot slot kunnen goede praktijkvoorbeelden worden gedeeld als inspiratie voor andere bedrijfsartsen die hun preventieve rol willen versterken. Een mooi voorbeeld is de interviewserie over succesverhalen met betrekking tot preventie in TBV.12
Veel belemmeringen voor preventie hebben te maken met beperkte middelen of faciliteiten
Conclusie
Om bedrijfsartsen te ondersteunen in hun preventieve taken is een interventieprogramma ontwikkeld op basis van verschillende evidencebased strategieën, waaronder peer coaching en goal setting. De doelstellingen die bedrijfsartsen formuleerden tijdens deelname aan de interventie weerspiegelen de breedte van de preventieve rol en taken van de bedrijfsarts als sociaalgeneeskundige. Om bedrijfsartsen nog beter te ondersteunen bij het uitvoeren van preventieve taken wordt de interventie doorontwikkeld tot intensiever onderwijsproduct met meer nadruk op het stellen van doelen op organisatorisch niveau.
De interventie in deze studie wordt nu doorontwikkeld tot onderwijsproduct
Dankwoord: De auteurs bedanken de bedrijfsartsen die de vragenlijst hebben ingevuld en/of hebben meegedaan aan de interviews.
Financieringsbronnen: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in het kader van het Kennisprogramma Toekomst Arbeidsgerelateerde Zorg aan het RIVM.
Literatuurverwijzingen
1. NVAB-koers bedrijfsgeneeskunde. Van maximale betekenis zijn én blijven voor zoveel mogelijk werkenden. 2024, Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde: Utrecht.
2. Orhan Pees S, van Oostrom SH, Schaafsma FG, Proper KI. Occupational physicians’ behavioral determinants regarding prevention and the association with time allocated to preventive tasks. Journal of Occupational and Environmental Medicine, 2025. 67(9): p. 685–690.
3. Pees S, van Oostrom S, Loef B, Schaafsma F, Proper K. Preventieve taken voor de bedrijfsarts. Tijdschrift voor Bedrijfs en Verzekeringsgeneeskunde, 2022. 30(7-8): p. 20–25.
4. Orhan Pees S, et al.: The development and evaluation of an intervention to promote the uptake of preventive tasks by occupational physicians targeting work-related mental health problems: protocol for the IM-PROmPt-study. BMC Public Health, 2023. 23(1): p. 1948.
5. Kok G, et al.: A taxonomy of behaviour change methods: an intervention mapping approach. Health Psychol Rev, 2016. 10(3): p. 297–312.
6. Orhan Pees S, et al.: A mixed methods process evaluation of the implementation of a peer coaching intervention to improve the execution of preventive tasks by occupational physicians. BMC Health Serv Res, 2025. 25(1): p. 776.
7. Orhan Pees S, et al.: Effects of a peer coaching intervention for occupational physicians on time allocated to preventive tasks: a cluster randomised controlled trial. Occup Environ Med, 2026. 82(12): p. 571–578.
8. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Arboportaal. Wat staat er in de Arbowet? Available from: arboportaal.nl/onderwerpen/arbowetgeving/wat-staat-er-in-de-arbowet.
9. Benning FE, et al.: The implementation of preventive health measures in small- and mediumsized enterprises – A combined quantitative/qualitative study of its determinants from the perspective of enterprise representatives. Int J Environ Res Public Health, 2022. 19(7).
10. Mostofian F, et al.: Changing physician behavior: what works? Am J Manag Care, 2015. 21(1): p. 75–84.
11. Leren Bewust Samenwerken Aan Preventie. ZonMw Projecten; Available from: projecten.zonmw.nl/nl/project/leren-bewustsamenwerken-aan-preventie.
12.Pereira ER, Frank Brouwer: ‘Niet piepen, maar successen vieren’. Tijdschrift voor Bedrijfs en Verzekeringsgeneeskunde, 2025.
Samenvatting
Bedrijfsartsen hebben een belangrijke preventieve rol en bijbehorende taken, maar de nadruk in de praktijk ligt vaak op verzuimbegeleiding. Om bedrijfsartsen te ondersteunen in hun preventieve rol, is een interventieprogramma ontwikkeld binnen de structuur van intercollegiale toetsing-groepen (ICT) en geëvalueerd via een gerandomiseerde gecontroleerde trial. Het programma stimuleerde bedrijfsartsen om persoonlijke doelen en actieplannen voor het uitvoeren van preventieve taken te formuleren. Dit artikel beschrijft welke doelen bedrijfsartsen hadden geformuleerd met betrekking tot preventieve taken en biedt daarmee inspiratie voor andere bedrijfsartsen. In totaal namen 21 ICT-groepen deel aan de interventie, 98 bedrijfsartsen vulden een vragenlijst in en 17 werden geïnterviewd.
De meeste doelen hadden betrekking op betrokkenheid bij het arbo- en preventiebeleid (N=25), multidisciplinair overleg (N=18), meer uitvoering van PMO/PAGO-gerelateerde activiteiten (N=17), en het geven van preventief advies bij verzuimbegeleiding (N=14). Uit de interviews en vragenlijsten kwamen tips naar voren om de uitvoering van preventieve taken te versterken, zoals het aangaan van het gesprek met werkgevers, het reserveren van tijd voor preventieve taken in de agenda, en betere profilering op het gebied van preventie. Dit onderzoek geeft inzichten in de doelen die bedrijfsartsen hebben en biedt inspiratie voor andere bedrijfsartsen die meer met preventie willen doen.
Aandachtspunten
Bedrijfsartsen willen meer tijd besteden aan alle taken die horen bij hun preventieve rol als sociaalgeneeskundige.
Om als bedrijfsarts in de praktijk preventieve taken structureel op te pakken is het belangrijk om het gesprek aan te gaan met werkgevers en meer tijd te claimen voor preventie.
Bedrijfsartsen dienen zich naar werkgevers en organisaties toe te profileren als expert op het gebied van preventie.
▶ S. Orhan Pees en S.H. van Oostrom zijn verbonden aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Centrum Preventie, Leefstijl en Gezondheid, afdeling Gedrag en Gezondheid, Bilthoven. Contact: suzanne.pees@rivm.nl ▶ F.G. Schaafsma is verbonden aan Amsterdam UMC, Amsterdam Public Health Research Institute, afdeling Public and Occupational Health, Amsterdam ▶ K.I. Proper is verbonden aan RIVM, Centrum Preventie, Leefstijl en Gezondheid, afdeling Gedrag en Gezondheid, Bilthoven en Amsterdam UMC, Amsterdam Public Health Research Institute, afdeling Public and Occupational Health, Amsterdam