Verslaving en middelenmisbruik hebben grote gevolgen voor inzetbaarheid en arbeidsongeschiktheid. Dit vormt een risico voor alle werkenden – waaronder ondernemers – en het onderwerp verdient daarom ook bijzondere aandacht bij medische acceptatie binnen de private geneeskunde.
Middelenmisbruik en verslaving vormen belangrijke risicofactoren voor arbeidsongeschiktheid, blijkt uit onderzoek van het Trimbos-instituut. Werkenden verzuimen per jaar bijna 2,9 miljoen dagen door alcoholgebruik.1 Ruim één op de tien werkenden gebruikt drugs en 6 procent van hen verzuimt door dit drugsgebruik. Naast dit directe verzuim vergroten middelenmisbruik en verslaving ook indirect het risico op arbeidsongeschiktheid, bijvoorbeeld door de verhoogde kans op kanker en hart- en vaatziekten bij alcoholgebruik.
Voor ondernemers worden geen specifieke cijfers bijgehouden. Uit een enquête van het Instituut voor het MKB (IMK) uit 2025 bleek echter dat ongeveer 20 procent van de ondernemers kampt met enige vorm van verslaving. Online gokken komt verreweg het meest voor, gevolgd door alcohol. Negen van de veertien IMK-adviseurs gaven op basis van gesprekken aan dat verslaving bij ondernemers een groeiend probleem is.2
Voor een inkomensverzekeraar is het van belang om tijdens de medische acceptatie van een arbeidsongeschiktheidsverzekering het risico op arbeidsongeschiktheid zorgvuldig in te schatten. Daarvoor moet een zo volledig mogelijk beeld gevormd worden van de gezondheidstoestand van de aspirant-verzekerde. Omdat middelengebruik en verslaving een risicofactor zijn voor direct en indirect verzuim wordt op de gezondheidsverklaring expliciet gevraagd naar alcohol- en drugsgebruik. De ingevulde informatie hierover kan wijzen op een mogelijk middelenmisbruik of verslaving en daarmee op een verhoogd arbeidsongeschiktheidsrisico. De aanvraag kan dan op medische gronden worden geweigerd.
De praktijk blijkt echter weerbarstig. Onderstaande casus illustreert het probleem van onderrapportage van middelenmisbruik en verslaving en schetst de medische en juridische context waarin de medisch adviseur opereert.
Casus 53-jarige ondernemer
In 2025 meldt een 53-jarige ondernemer zich arbeidsongeschikt met een hersenstaminfarct, hartfalen (LVEF 25%) en stadium 4 nierfalen. Bij de aanvraag van zijn verzekering in 2017 gaf hij op de gezondheidsverklaring aan niet bekend te zijn met verslaving en acht eenheden alcohol per week te gebruiken. Dit viel binnen de referentiewaarden van normaal gebruik. De aanvraag werd onder normale polisvoorwaarden geaccepteerd.
Uit opgevraagde informatie bij de behandelend neuroloog direct na de arbeidsongeschiktheidsmelding blijkt dat verzekerde anamnestisch ‘al jaren’ zes eenheden alcohol per dag gebruikte en ‘vroeger nog veel meer’. De medisch adviseur vermoedde daarop verzwijging van overmatig alcoholgebruik bij de aanvraag van de verzekering en besprak dit met verzekerde. Die stelde dat hij zijn alcoholgebruik mogelijk onjuist aan de neuroloog had weergegeven omdat hij toen erg ziek was. Uit opgevraagde informatie van de huisarts blijkt vervolgens dat verzekerde zelden op het spreekuur kwam en nooit melding maakte van problematisch alcoholgebruik. Ook was er geen verwijzing naar verslavingszorg geweest.
Bespreking
Als bij de aanvraag bekend was geweest dat verzekerde jarenlang dagelijks minimaal zes eenheden alcohol per dag gebruikte, dan zou het risico op arbeidsongeschiktheid als sterk verhoogd zijn ingeschat. Zulk alcoholgebruik gaat gepaard met een verhoogde kans op verminderd functioneren op verschillende levensgebieden, waaronder werk, en een verhoogd risico op psychische klachten, hart- en vaatziekten en verschillende soorten kanker. Een redelijk handelend verzekeraar zou de aanvraag dan hebben afgewezen.
‘Met zeker zes eenheden alcohol per dag zou het risico op sterk verhoogd zijn ingeschat’
Als juridisch aantoonbaar was dat verzekerde het overmatige alcoholgebruik bij aanvraag van de verzekering onterecht niet heeft gemeld, zou de polis met terugwerkende kracht zijn geroyeerd wegens schending van de mededelingsplicht (‘verzwijging’). In juridische zin vervalt de polis dan, alsof die nooit is afgesloten. Verzekerde zou dan geen recht hebben op uitkering en reeds uitbetaalde bedragen moeten terugbetalen.
Hoewel op basis van de informatie van de neuroloog aannemelijk is dat het overmatig alcoholgebruik al lang voor 2025 bestond, met mogelijk onderrapportage op de gezondheidsverklaring, blijft onduidelijk wanneer het alcoholgebruik problematisch werd in medische zin. De term ‘vroeger’ is onvoldoende concreet om vast te stellen of dit al vóór de ingangsdatum van de verzekering was. Daarom wordt besloten geen verzwijging tegen te werpen: het is juridisch niet hard te maken dat verzekerde bij de aanvraag bekend was met een aandoening of gedrag dat hij redelijkerwijs had moeten melden.
Gezien de ernst en aard van zijn aandoeningen zal de verzekeraar tot het einde van de polis moeten uitkeren op basis van volledige arbeidsongeschiktheid, in totaal ongeveer €600.000.
‘Medisch plausibel dat langdurig alcoholgebruik heeft bijgedragen aan de aandoeningen’
Zelfrapportage blijft kwetsbaar
Middelenmisbruik en verslaving blijven een uitdaging in de beoordeling van AOV-gerelateerde gezondheidsrisico’s. Ondanks expliciete vragen naar alcohol- en drugsgebruik, blijft zelfrapportage kwetsbaar en komt onderrapportage voor. Daarnaast blijven verslavingen waar niet expliciet naar gevraagd wordt, zoals gokverslaving, mogelijk volledig buiten beeld, zolang aspirant-verzekerden hun gedrag niet als problematisch ervaren.
Deze casus illustreert het verschil tussen wat medisch aannemelijk is en wat juridisch aantoonbaar is. Het is medisch plausibel dat langdurig overmatig alcoholgebruik heeft bijgedragen aan de aandoeningen bij deze ondernemer en dat het overmatige gebruik al bestond voor de ingangsdatum van de verzekering. Juridisch is dat echter onvoldoende: concrete en verifieerbare feiten ontbreken. Verzekerde meldde zijn overmatig gebruik nooit bij huisarts of andere zorgverlener. Er is daardoor geen documentatie die overmatig gebruik voorafgaand aan de verzekering aannemelijk maakt. Dit heeft voor de verzekeraar grote financiële gevolgen.
Leerpunten praktijk
De gezondheidsverklaring biedt door het risico op onderrapportage en een beperkte vraagstelling slechts beperkt zicht op gedrag dat relevant kan zijn voor AOV-risicoschatting, zeker als er geen gedocumenteerde zorg is geweest.
Bij aandoeningen zoals middelenmisbruik en verslaving, die vaak langdurig buiten de medische zorg blijven, wordt deze beperking duidelijk zichtbaar.
Verzekeringstechnische besluitvorming vraagt om concrete bewijsbaarheid: medische waarschijnlijkheid alleen is onvoldoende.
Het (h)erkennen van deze kloof en ermee leren werken is essentieel voor zorgvuldig professioneel handelen van de medisch adviseur. Verslaving blijft daardoor vaak een onzichtbare aandoening met uiteindelijk zichtbare gevolgen.
Literatuur
1.Trimbos-instituut, 2023. Infographic middelengebruik en werk 2022.
2.Deondernemer.nl, Verslaving groeiend probleem onder ondernemers in nood: Overdag high, ’s nachts werken.
▶ Marno Middelbos is verzekeringsarts, medisch adviseur. Contact: marno.middelbos@asr.nl ▶ Anath Breimer, is verzekeringsarts, medisch adviseur. Beiden zijn werkzaam bij a.s.r.