Home Echte liefde

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Echte liefde

Avatar
Martijn Haentjens
Het betrof een WIA-herbeoordeling van een 32-jarige vrouw. Zij heeft vanaf haar 18e levensjaar jarenlang een volledige WAJONG-uitkering gehad, maar is later op eigen initiatief gaan werken. Zij belde destijds zelf UWV voor hulp bij re-integratie en vond vervolgens een administratieve functie voor halve dagen. Nadat zij dat werk bijna twee jaar had verricht, meldde zij zich ziek.
Betrokkene is bekend met severe combined immunodeficiency (SCID) waarvoor zij in het verleden een beenmergtransplantatie onderging en nu nog maandelijkse immunoglobulinen krijgt toegediend. Zij is ook bekend met een spastische diplegie, zij heeft spitsvoeten en loopt moeizaam. De oorzaak daarvan is altijd onbekend gebleven. Haar ontwikkeling is in het algemeen achtergebleven; zij is zeer klein van stuk, heeft een opvallend kleine schedel, een nasaal en ook hoog iel stemgeluid, een droge schilferige huid, chronische huidontstekingen op de scheenbenen en ingevallen wangen door een verharde en chronisch ontstoken rode gelaatshuid met enkele pustels. Zij heeft chronische pijn- en vermoeidheidsklachten en hield om die reden halve dagen administratief werk uiteindelijk niet vol.
Sinds einde wachttijd WIA, inmiddels vier jaar geleden, is zij volledig arbeidsongeschikt op arbeidsdeskundige gronden (marginaal belastbaar). De laatste WIA-herbeoordeling was twee jaar geleden. Toen stelde de verzekeringsarts dat er mogelijk nog iets zou kunnen verbeteren in de belastbaarheid als de woonomstandigheden (slecht ter been, bovenwoning zonder lift) nog zouden kunnen verbeteren. De tijd was nu aangebroken voor een professionele herbeoordeling. Toevallig had betrokkene zelf ook een herbeoordeling aangevraagd: zij wil een IVA-uitkering.
De reden voor de aanvraag IVA wordt na enig doorvragen duidelijk. Onlangs is zij in Turkije getrouwd met haar man, die ze al vanaf de kinderleeftijd kent. Hij was haar buurjongen vroeger en ze speelden altijd samen. Op latere leeftijd werden ze pas verliefd op elkaar. Hij heeft gezegd dat hij van haar houdt om wie ze is, om haar karakter, en niet om hoe ze eruitziet. Betrokkene is blij dat ze iemand gevonden heeft die haar leuk vindt en die zij ook ziet zitten. Dat eerste had ze eigenlijk niet verwacht, vanwege haar ziekte en beperkingen, maar vooral omdat ze er best anders uitziet dan anderen. Betrokkene verzekert dat er geen sprake is van een gedwongen of gearrangeerd huwelijk, het is echte liefde. Ze hebben het altijd al goed met elkaar kunnen vinden en hij wil nu graag naar Nederland komen. Voor de IND heeft zij een IVA-uitkering nodig, zodat zij kan aantonen dat er duurzaam een inkomen is. Anders wordt het lastig om hem bij haar te laten wonen. Betrokkene woont nog steeds (met spitsvoeten) in de bovenwoning zonder lift, daarin is niets veranderd en in haar klachten ook niet.
Mijn worsteling met deze casus was dat SCID op zich niet hoeft te leiden tot marginaal functioneren. Is de belastbaarheid eerder wel goed vastgesteld? Hoe kijk ik daar nu tegenaan? Anderzijds is er duidelijk een sterk afwijkend uiterlijk door een slechte ontwikkeling en achtergebleven groei en zijn er dezelfde klachten als voorheen.
Toen ik haar liefdesverhaal goed uitvroeg, werd ik erdoor geraakt. Haar kans op het vinden van een partner zou door haar afwijkende uiterlijk waarschijnlijk niet heel groot zijn, maar ze had nu toch echte liefde gevonden. Mocht ik dat laten meewegen en de wijzer naar IVA laten doorslaan? Was het niet toch een gearrangeerd huwelijk met als enig doel om de partner hierheen te halen en was ik juist enorm naïef mijn geraaktheid mee te laten wegen? Betrokkene bracht zelf als argument nog in dat zij voorheen zelf vanuit een uitkeringssituatie werk had gevonden. Dat zou ze in de toekomst, mocht het toch onverhoopt ooit wat beter gaan, opnieuw doen.
Ik schoot uiteindelijk de bal gemakkelijk in het IVA-doel, maar was dat wel rechtmatig en rechtvaardig? Ik vond dat ik ‘het goede’ deed voor betrokkene. In mijn oordeelsvorming heeft meegespeeld dat betrokkene de IVA-uitkering nodig had om haar geliefde over te laten komen. Ik heb overwogen dat als ‘humaan argument’ op de een of andere manier openlijk in de weging op te nemen, maar heb dat toch niet gedaan. Er waren voldoende verzekeringsgeneeskundige argumenten om te concluderen dat de belastbaarheid onveranderd was en dat er, gezien het beeld en na al die jaren, gesproken kon worden van duurzaamheid.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.