Dit proefschrift belicht de vaak onderbelichte positie van de veroorzaker in civiele letselschadezaken, met nadruk op immateriële behoeften en ervaringen.
Waar de praktijk en literatuur traditioneel focussen op het slachtoffer, toont dit onderzoek aan dat ook veroorzakers – zoals zorgverleners en verkeersdeelnemers – psychische en relationele gevolgen ondervinden na een schadeveroorzakende gebeurtenis. Het onderzoek spitst zich toe op medische aansprakelijkheid en verkeersaansprakelijkheid, vanwege hun verschillende juridische en relationele contexten.
Femke Ruitenbeek-Bart promoveerde op 26 mei 2023 op dit proefschrift. De promotoren waren Siewert Lindenbergh en Harriët Schelhaas.
Zware juridische nasleep
In medische zaken bestaat voorafgaand aan het incident meestal al een behandelrelatie tussen patiënt en arts, wat leidt tot meer betrokkenheid van de veroorzaker bij het afwikkelingsproces. In verkeerszaken zijn de betrokkenen doorgaans vreemden van elkaar en is de rol van de veroorzaker beperkter. Interviews met beide groepen laten zien dat de juridische nasleep, vooral tucht- of strafrechtelijke procedures, als zwaar wordt ervaren. Relationeel is er vaak een initiële bereidheid tot contact met het slachtoffer, bijvoorbeeld om excuses aan te bieden of vragen te beantwoorden, maar dit wordt niet altijd gefaciliteerd door het systeem. Persoonlijk ervaren veel veroorzakers psychisch ongemak, zoals slapeloosheid of arbeidsongeschiktheid, vergelijkbaar met het ‘second victim‘-fenomeen bij zorgverleners.
Moral luck
Het onderzoek introduceert het concept ‘moral luck’, waarbij de morele waardering van een persoon beïnvloed wordt door factoren buiten diens controle, zoals de ernst van de gevolgen. Dit kan leiden tot morele dissonantie tussen verwijtbaarheid en zelfverwijt. De studie pleit voor meer aandacht voor de behoeften van veroorzakers in het letselschadeproces, zoals erkenning van schuldbeleving, fatsoenlijke bejegening en gelegenheid tot ‘making amends’ (goedmaking). Het huidige systeem is te eenzijdig gericht op het slachtoffer, waardoor de veroorzaker onvoldoende gelegenheid krijgt om immateriële schade te herstellen.
Dit vraagt om reflectie op het omgaan met schuld, excuses en herstel
Menselijker en effectiever
Een evenwichtige benadering, waarin zowel het slachtoffer als de veroorzaker ruimte krijgt voor hun immateriële behoeften, kan bijdragen aan een menselijker en effectiever afwikkelingsproces.
Dit vraagt om meer aandacht van letselschadeprofessionals en werkgevers voor de persoonlijke impact op veroorzakers, en om normatieve reflectie op het omgaan met schuld, excuses en herstel binnen het civiele recht.
Tips voor de bedrijfs- en verzekeringsarts
Vraag niet alleen naar de feitelijke toedracht, maar ook naar de emotionele impact van het incident op de veroorzaker.
Benoem dat gevoelens van schuld, schaamte of onzekerheid normaal zijn na een incident.
Geef ruimte om hierover te praten, zonder oordeel.