Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Paracelsus, de radicale hervormer

André Weel
Jurjen Breedijk
Het vakgebied Arbeid en Gezondheid kent een lange en rijke geschiedenis. André Weel en Jurjen Breedijk, beiden bedrijfsarts en curator bij het Trefpunt Medische Geschiedenis Nederland op Urk, werken aan een Canon waarin deze geschiedenis in enkele tientallen bijdragen wordt samengevat. Deze teksten worden te zijner tijd gebundeld in een boek (de 'Canon voor Arbeid en Gezondheid'), maar ze verschijnen daarvoor al op TBV-online.
Pagina uit het boek ‘Der große Wundartzney’, verschenen in 1536, met een houtsnede waarop te zien is hoe Paracelsus het been van boekdrukker Johannes Froben geneest.

Voor onze Canon van Arbeid en Gezondheid zijn we vooral geïnteresseerd in personen, meestal artsen, die met nieuwe ideeën zijn gekomen. Die de traditionele geneeskunst achter zich hebben gelaten. Die nieuwe wegen zijn ingeslagen met alle risico’s van dien. Eén van deze pioniers is de Zwitser Paracelsus (1493-1541). Onder deze naam is hij het meest bekend. Het is een pseudoniem, waarmee hij aangeeft dat hij zichzelf als groter en belangrijker beschouwt dan de Romeinse arts Celsus uit de eerste eeuw. Officieel heet hij Philippus Aureolus Theophrastus Bombastus von Hohenheim. In zijn tijd is hij een bekende, maar ook een omstreden arts. Daarnaast is hij theoloog en filosoof. Hij wordt onder andere beschouwd als één van de grondleggers van het arbeidsgeneeskundig denken.

De grote wandeling

De jonge Paracelsus krijgt van zijn vader les in chemie. De verhalen van mijnwerkers over metalen die in de aarde ‘groeien’ en vervolgens in kuipen worden gesmolten, wekken zijn interesse in de alchemie en de transmutatie van metalen. Zijn vader leert hem ook de beginselen van de astrologie, de alchemie en de geneeskunde.

In 1507, als Paracelsus 14 jaar is, begint de tijd die als ‘de grote wandeling’ bekend staat. In vijf jaar bezoekt hij naar eigen zeggen de universiteiten van Basel, Tübingen, Wenen, Wittenberg, Leipzig, Heidelberg en Keulen. Rond 1516 zou hij in Ferrara de dokterstitel hebben verworven. Over zijn reisweg door Europa zijn verschillende routekaarten in omloop. Bij al zijn reizen doet hij niet alleen ervaring op met uiteenlopende ziekten en geneeswijzen, maar neemt hij ook als militair-geneesheer deel aan diverse oorlogen. Hij keert zich steeds meer af van de officiële geneeskunde, en raakt geïnteresseerd in de volksgeneeskunde. Barbiers – die in die tijd vaak als chirurgijn optreden – kruidenvrouwen, beoefenaars van de zwarte kunst, alchemisten en kloosterlingen worden zijn leraren. Ook in deze mensen raakt hij uiteindelijk teleurgesteld, omdat ook zij hem niet tot een grotere zekerheid brengen in wat hij ziet als ware geneeskunst.

Stadsgeneesheer in Basel

In 1526 wordt hij gevraagd om in Basel de boekdrukker Johannes Froben, een van de intimi – en uitgevers – van Erasmus van Rotterdam, te behandelen. Froben lijdt aan een aandoening van zijn rechterenkel. Zijn artsen overwegen het been te amputeren. Paracelsus weet hem evenwel langs niet-chirurgische weg te genezen en wordt vervolgens, in 1527, door de gemeenteraad van Basel tot stadsgeneesheer benoemd. Aan deze functie is ook een hoogleraarschap aan de medische faculteit verbonden. De conservatieve faculteit is het hier echter niet mee eens. In deze gespannen sfeer publiceert Paracelsus zijn beroemde collegeaankondiging, waarin hij zegt dat hij zich niet op de gevestigde medische autoriteiten zal beroepen, maar zal doorgeven wat zijn eigen ervaring, zijn reizen en zijn werk hem hebben geleerd. Dit staat haaks op de toenmalige medische wetenschap. Geheel in het teken van zijn tijd roept Paracelsus een reformatie uit. De geneeskunde wordt nog altijd overheerst door de filosofie van Aristoteles. Het medisch onderwijs bestaat louter uit het voorlezen en becommentariëren van de antieke teksten volgens de deductieve methode: definiëren, classificeren en argumenteren met behulp van syllogismen en axioma’s. Geen waargenomen feiten, maar de autoriteiten leveren de argumenten.

Leer der Signaturen

Het hele systeem van de klassieke geneeskunde, inclusief de leer der lichaamssappen die teruggaat tot Hippocrates, wordt door Paracelsus verworpen. Dit stuit uiteraard op grote weerstand van zijn geleerde tijdgenoten. Bovendien geeft hij een aantal colleges niet in het Latijn, maar in het Duits. Zijn collegezaal vult zich met publiek dat van overal komt aanlopen. De medici in Basel doen er dan ook alles aan om hem aan de kant te schuiven. Het conflict loopt zo hoog op dat Paracelsus in 1528 in het geheim de stad moet verlaten om aan gevangenschap te ontkomen. Toch blijft hij vastbesloten om zijn innovatieve theorie over de wereld te verspreiden.

Indachtig de Latijnse spreuk Similia similibus curantis, ofwel ‘Men geneze het gelijke door het gelijkende’, propageert Paracelsus de ‘Leer der Signaturen’. Zo zou volgens hem het gele sap van de Stinkende Gouwe (Chelidonium majus), een algemeen voorkomende vaste plant uit de papaverfamilie, een medicijn zijn tegen geelzucht. De gele kleur van het sap is met andere woorden de signatuur, ofwel het symbool, voor de heilzaamheid van deze plant tegen geelzucht. Tot zijn dood is Paracelsus vanwege deze esoterische theorieën hevig omstreden. Maar achter deze façade huldigt hij de uitspraak: ‘Alles is gif, niets is gif, het is de dosis die de giftigheid bepaalt’.

Vernieuwer

Daarmee bedoelt hij dat medici bekend moeten zijn met de juiste dosering van een geneesmiddel, maar ook met de juiste (al)chemische omzetting van stoffen uit de natuur teneinde deze geschikt te maken als medicijn. Paracelsus introduceert de (al)chemie in de medische wereld. De ‘spagyriek’ is een methode om geneesmiddelen te maken die teruggaat op de alchemie. De zogenaamde spagyrische middelen bevatten organische én anorganische stoffen. Voor de bereiding worden planten, mineralen en dierlijke producten gebruikt. Bij de productie worden destillatie, vergisting en inweken toegepast. Het werk van Paracelsus (1493-1541) is het fundament van het hedendaagse geneesmiddelengebruik. Zo rekent hij af met de middeleeuwse kwakzalverij en maakt hij de weg vrij voor de moderne geneeskunde.

Portret uit 1538, door Augustin Hirschvogel, met bovenaan Paracelsus' motto ‘Wie op zichzelf kan staan moet niet van een ander afhankelijk zijn’.
Portret uit 1538, door Augustin Hirschvogel, met bovenaan Paracelsus’ motto ‘Wie op zichzelf kan staan moet niet van een ander afhankelijk zijn’.

Zonder kennis van de wereld kan men volgens Paracelsus geen arts zijn. In het Volumen Paragranum legt hij uit dat de geneeskunst op vier pijlers berust: filosofie, astronomie, alchemie en ethiek. Filosofie is te verstaan als natuurfilosofie: kennis van en inzicht in de kosmos. ‘Waar de filosoof eindigt, begint de arts’, is een typerende uitspraak van hem. Astronomie in dit verband betekent de kennis van een bovenste sfeer, die uit lucht en vuur bestaat, terwijl de filosofie zich met het vaste en het vloeibare bezighoudt. Deze elementen worden door hem gezien als de grondbeginselen, de “moeders” zoals hij ze noemt, waar alles uit voortkomt.

Arbeidsgeneeskunde

Paracelsus’ betekenis voor de arbeidsgeneeskunde ligt vooral in drie belangrijke bijdragen:

1. Eerste systematische beschrijving van beroepsziekten. Hij is één van de eersten die een duidelijk verband legt tussen het werk dat mensen doen en de ziekten die daarbij voorkomen. Met name in zijn observaties van mijnwerkers beschrijft hij longaandoeningen door stof en dampen, vergiftigingen door metalen zoals kwik en arseen, en huid- en gewrichtsproblemen door zware fysieke arbeid. Dit is revolutionair voor zijn tijd, omdat ziekten in die tijd meestal aan ‘algemene’ oorzaken worden toegeschreven.

2. ‘De dosis maakt het vergif’. Zijn bovengenoemde uitspraak ‘Alle dingen zijn giftig… alleen de dosis bepaalt of iets geen vergif is’ legt de basis voor de toxicologie. Dit principe is nog steeds essentieel binnen de arbeidsgeneeskunde, bijvoorbeeld bij het bepalen van grenswaarden voor gevaarlijke stoffen op de werkplek.

3. Aandacht voor preventie. Paracelsus benadrukt dat ziekten te voorkómen zijn door:
• betere ventilatie in de mijnen,
• bescherming tegen giftige dampen,
• organisatie van het werk om de blootstelling te verminderen.
Daarmee introduceert hij de visie dat werkgevers maatregelen kunnen nemen om werknemers gezond te houden, een kernprincipe van de moderne arbeidsgeneeskunde.

Kort samengevat: Paracelsus, de vernieuwer, legt de basis voor zowel de farmacologie, de toxicologie als de beroepsziektenleer. Zo vervult hij een sleutelrol in de ontwikkeling van de geneeskunde in het algemeen en de arbeidsgeneeskunde in het bijzonder.

Literatuur

1. Paracelsus. Der große Wundartzney. 1536. Museum für medizinhistorische Bücher Muri (MMBM). www.mmbm.ch

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.