Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

‘We zijn arts geworden om mensen te helpen’

Jozien Wijkhuijs
Deze periode besteedt TBV-online extra aandacht aan collega's die zich naast hun dagelijkse taken inzetten voor het werkveld, in aanvullende functies. Deze keer: Gerda de Groene en Willem Pieter Piebenga, werkzaam bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) en de Polikliniek Mens en Arbeid (PMA) van het Amsterdam UMC. Ze werkten onder andere mee aan NVAB-richtlijnen op het gebied van contacteczeem en longziekten en werken aan meer kennis over blootstelling aan chemische stoffen. ‘Alles wat wij weten en kennen uit de literatuur wordt in zo’n richtlijn samengevat.’
Medewerkers verwijderen asbesthoudende dakplaten

Hoe zijn jullie in het vak van bedrijfsarts terechtgekomen?

De Groene: ‘Daar ging voor mij een lange geschiedenis aan vooraf. Ik ben eerst huisarts geworden. Toen ik klaar was met die opleiding, dacht ik: “moet ik nu in een praktijk en daar de rest van mijn leven zitten?”. Toen stelde mijn huisartsopleider voor om een paar jaar bij de Koninklijke Marine te gaan werken. De twee jaar werden tien jaar militair arts, eerst bij de marine en later bij de luchtmacht. Mijn huisartsregistratie kon ik bij defensie niet behouden. Bij de luchtmacht kreeg ik de gelegenheid om de opleiding tot bedrijfsarts te volgen. Bij defensie ben je allround arts, je bent vaak de enige en moet dingen zelf opknappen voor je op hulp kunt rekenen. De hele breedte van de geneeskunde komt voorbij. Tot 2003 heb ik dat werk gedaan, toen ben ik naar de interne arbodienst van het UMC Utrecht gegaan en daarna heb ik de overstap hierheen gemaakt, het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) en de Polikliniek Mens en Arbeid (PMA) van het Amsterdam UMC.’

Gerda de Groene, foto: eigen archief

Piebenga: ‘Ik was altijd vrij overtuigd dat ik bedrijfsarts wilde worden. Tijdens mijn opleiding tot arts groeide de belangstelling voor het onderzoeken van gezondheidsgevolgen van werk en het vanuit die kennis werken aan de preventie. Toen ik eenmaal aan het werk was, ging ik veel naar werkplekken toe. Ik was meer op de werkvloer te vinden dan in de spreekkamer, bijvoorbeeld in fabrieken, riolen en werkplaatsen. In 1994 heeft de overheid het systeem veranderd. Arbodiensten werden commercieel, er kwam verplichte aansluiting bij de arbodienst, bedrijfsartsen gingen veel meer verzuimbegeleiding doen, de arbeidsinspectie werd kleiner. Ik dacht: “ik wil geen verzekeringsarts worden en alleen in de spreekkamer werken” en ben toen verder gaan kijken.

‘Mijn aanstelling bij de arbodienst heb ik kunnen verkleinen en toen ben ik gaan kijken bij ziekenhuizen. Zo kwam ik bij arbeidsdermatologie. In samenwerking met een specialist konden we meer mensen duurzaam aan het werk houden door werkvraagstukken op te lossen. Later ben ik bij het AMC gaan werken met een uitbreiding naar neurotoxicologie. Daarnaast heb ik in diverse commissies gezeten, of in het leidinggevend kader. Ik vraag me altijd af: “vind ik dit nog leuk en wat voegt het toe voor de werkenden of voor mijn collega-bedrijfsartsen?”’

Wat zijn jullie dagelijkse werkzaamheden bij de PMA en het NCvB?

De Groene: ‘Hier doe ik heel ander werk dan bij een arbodienst. Bij de PMA zien we patiënten op verwijzing van onze collega’s. We beginnen waar de richtlijnen van de NVAB ophouden en werken samen met medisch specialisten om een patiënt-werknemer te helpen met als doel diegene terug aan het werk te krijgen. Bij het NCvB analyseren we beroepsziektemeldingen, schrijven we registratierichtlijnen voor beroepsziekten, geven we onderwijs aan collega’s en studenten, hebben we het Peilstation Intensief Melden, en doen onderzoek. Het is theoretisch/wetenschappelijk en er komen richtlijnen uit voort, daarin werken we ook samen met de NVAB.’

Piebenga: Mijn dagelijkse werk bij het PMA bestaat enerzijds uit onderzoek naar werknemers die zijn blootgesteld aan neurotoxische stoffen. Dit doen we in teamverband met een arbeidshygiënist en een klinisch psycholoog. Daarnaast onderzoek ik werknemers met huidklachten, in teamverband met een arbeidsdermatoloog. Voor deze huidvraagstukken gaan Gerda of ik regelmatig naar werkplekken om onderzoek te doen en advies te geven in verband met de huidklachten.’

De Groene: ‘In de NVAB-richtlijnen proberen we te schetsen hoe je met bepaalde klachten om kan gaan in de spreekkamer. Alles wat wij weten en kennen uit de literatuur wordt in zo’n richtlijn samengevat. Zowel op het gebied van interventie als preventie. En we geven hier ook les over.’

Piebenga: ‘We willen het toepasbaar maken.’

Wat vinden jullie interessant aan dit werk?

Piebenga: ‘Ik ben arts geworden omdat ik mensen wil helpen. Re-integratie is belangrijk, maar daar zit voor mij niet de primaire uitdaging. Ik wil de relatie met werk weten, hoe komt het dat iemand ziek wordt, hoe zit het met de rest van de afdeling, hoe zorg je dat andere mensen niet in dezelfde valkuil vallen? Dat kan ik hier doen.’

De Groene: ‘Wat ik leuk vind aan hier werken, is dat het iets medischer is dan het eerste traject dat je als bedrijfsarts kunt doen. Wil je meer, dan moet je mensen gaan verwijzen en hier krijgen we die verwijzingen. Hier krijgen we ook hulp van andere medisch specialisten. We geven adviezen voor als iemand weer aan het werk wil en die onderbouwen we samen met de academie. Je hebt hier toegang tot een wijde bibliotheek vanwege het AUMC en we schrijven ook mee aan artikelen en doen reviews.’

Wat zouden jullie nog meer willen realiseren?

De Groene: ‘Er is in Nederland geen voorlichting meer op scholen over beroepskeuze bij bepaalde medische aandoeningen. Sommige combinaties zijn namelijk niet zo handig. Als je al vanaf jongs af aan veel eczeem hebt, is het beter om beroepen die veel huidirritatie veroorzaken te vermijden en bijvoorbeeld geen kapper te worden. Iedereen mag natuurlijk de eigen keuze maken, maar het is wel goed om mensen voor te lichten.’

Piebenga: ‘Je kunt natuurlijk aanstellingskeuringen doen voor beroepen, maar dat wordt bijna niet meer gedaan. Bij kappers geldt bijvoorbeeld dat je kunt blijven als je je eerste opleidingsjaar overleeft. Maar dan is iemand wel een jaar kwijt en een forse teleurstelling rijker. Het zou mooi zijn als de bedrijfsarts begeleidings- en adviestaken op dit gebied weer oppakt.’

De Groene: ‘Het kan ook gebeuren dat studenten er pas bij hun stage in het derde jaar achter komen dat ze een vak niet goed kunnen doen vanwege huidaandoeningen. En dan heb je al die tijd studiefinanciering ontvangen en schulden gemaakt voor niets.’

Willem Pieter Piebenga, foto: eigen archief

Piebenga: ‘Wat we ook oppakken is kennisverzameling rondom blootstelling aan chemische stoffen. We werken mee aan diverse onderdelen van LEXCES, een besluit van de overheid naar aanleiding van het rapport ‘stof tot nadenken’ van de commissie Heerts. Daarin zitten vijf partijen, PMA, NCvB, Iras, NKAL en het RIVM. We willen richtlijnen maken, maar ook nadenken over preventie en kennisverspreiding. Sinds januari dit jaar kun je voor drie beroepsziekten een vergoeding krijgen: longkanker door asbest, allergische astma en chronische toxische encephalopathie door solvents. Daar zijn we nu mee bezig, maar er staan meer beroepsziekten op die lijst die uitgewerkt gaan worden.

De Groene vult aan: ‘Zo kun je denken aan huidkanker bij buitenwerkers. Daar zijn we bezig met een campagne voor insmeren. Het zijn ingewikkelde vraagstukken, want het is niet altijd aan te tonen dat een aandoening door werk komt.’

Wat is jullie motivatie om je te verdiepen door middel van nevenactiviteiten?

De Groene: ‘Mijn collega’s noemen het “detective spelen”. Het is interessant om in een team met de patiënt, de werkgever, de arbeidshygiënist, de eigen bedrijfsarts en de medisch specialist erachter te komen wat iemand heeft en wat we eraan kunnen doen. Mijn eerste doel is altijd om mensen terug te krijgen naar het eigen werk, dat is wat iemand kan en waar iemand geld mee verdient. Het UWV is niet zo scheutig met geld voor omscholing als vroeger. Het is heel vervelend als iemand bijvoorbeeld net voor diens pensionering nog in de bijstand belandt. Ik doe graag mijn best om dat soort situaties te voorkomen.’

Piebenga: ‘Ik sluit me hierbij aan. We zijn arts geworden om mensen te helpen.’

Zouden jullie andere bedrijfsartsen aanraden om zich verder te verdiepen in beroepsziekten?

De Groene: ‘Zeker. Als wij hier stagiairs krijgen proberen we altijd ons enthousiasme over te brengen. Er is maar een handjevol collega’s dat zich hiermee bezighoudt. Er waren er al weinig en veel zijn of gaan met pensioen. Je kunt mensen echt helpen, soms terwijl ze al een hele tijd arbeidsongeschikt zijn.’

Piebenga: ‘Ik wil mensen enthousiast maken om het hele gebied van de bedrijfsgeneeskunde te bekijken, niet alleen tijdens een arbeidsongeschiktheidsperiode. Je kunt als bedrijfsarts ook een steun zijn en vragen beantwoorden, meedenken en meehelpen op het raakvlak van arbeid en gezondheid. Juist de bedrijfsarts heeft toegang tot al deze gebieden Hier zijn mensen blij dat ze er zijn.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.