Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Werkgerichte interventies na orthopedische chirurgie

Ernst Jurgens
Bart Cillekens
Gideon Manu
Paul Kuijer
Ernst Jurgens reageert op een artikel over de meerwaarde van arbocuratieve samenwerking na orthopedische chirurgische in het januarinummer van TBV. De auteurs van dit artikel, Bart Cillekens, Gideon Manu en Paul Kuijer, geven vervolgens een korte reactie.
AdobeStock

Reactie van Ernst Jurgens, bedrijfsarts en praktijkopleider

Het artikel van Bart Cillekens en collega’s over arbocuratieve samenwerking verdient in meerdere opzichten waardering. De auteurs presenteren een zorgvuldig uitgevoerd en overzichtelijk opgebouwde systematische literatuurstudie naar het effect van werkgerichte interventies na orthopedische chirurgie.1 De methodologische helderheid, de transparante selectie van studies en de combinatie van verschillende studiedesigns leveren een robuuste synthese op van het beschikbare bewijs. Met name de keuze om naast tijd tot werkhervatting ook het werkvermogen expliciet te betrekken, versterkt de relevantie voor zowel de klinische praktijk als het arbeidsgeneeskundige domein.

De resultaten laten overtuigend zien dat werkgerichte interventies bij totale knieartro-plastiek (TKA) leiden tot een statistisch significante verkorting van de tijd tot werk-hervatting en tot verbetering van het werkvermogen. Opvallend is daarbij dat zelfs relatief eenvoudige aanvullingen op de standaardzorg, zoals vroege of directe verwijzing naar de bedrijfsarts, al substantiële effecten laten zien. Dit onderstreept dat arbo-curatieve samenwerking geen hoogcomplex instrument hoeft te zijn om effect te sorteren, mits deze tijdig en doelgericht wordt ingezet.

Tegelijkertijd is het van belang om deze bevindingen strikt te plaatsen binnen de context van TKA. Juist dit ziektebeeld leent zich bij uitstek voor werkgerichte interventies. TKA betreft een duidelijk afgrensbare somatische aandoening, met een gepland operatief moment, een relatief gestandaardiseerd revalidatieverloop en een in de regel reële verwachting van functioneel herstel. Die voorspelbaarheid maakt het mogelijk om al vroeg in het zorgtraject concrete afspraken te maken over belastbaarheid, herstel en werkhervatting. Arbocuratieve samenwerking fungeert hier vooral als coördinerend en faciliterend mechanisme binnen een grotendeels lineair herstelmodel.

Deze kenmerken beperken echter ook de generaliseerbaarheid van de resultaten. Bij veel andere aandoeningen – zoals chronische pijnsyndromen, inflammatoire ziekten, post-infectieuze aandoeningen of psychische problematiek – ontbreekt een dergelijk voorspelbaar herstelpad. De belastbaarheid is daar vaak fluctuerend, contextafhankelijk en slechts beperkt objectiveerbaar. In dergelijke situaties kan het onverkort toepassen van werkgerichte interventies die bij TKA effectief zijn, leiden tot oversimplificatie van het ziekte- en herstelproces of zelfs tot contraproductieve druk op werkhervatting.

Vanuit het Value@Work-perspectief is dit onderscheid essentieel. Zoals Hagendijk en collega’s beschrijven, ligt de waarde van werk bij re-integratie niet primair in de snelheid van terugkeer, maar in de mate waarin werk duurzaam, passend en betekenisvol kan worden hervat, gegeven de gezondheidstoestand en context van de werknemer.2 Bij TKA vallen snelheid van werkhervatting en toename van functioneel vermogen vaak samen, waardoor verkorting van verzuim daadwerkelijk waarde toevoegt voor werknemer, werkgever en samenleving. Bij andere aandoeningen kan waarde juist gelegen zijn in stabiliteit, aanpassing van werk, het voorkómen van terugval en het behoud van participatie op langere termijn.

Het risico bestaat dat de positieve uitkomsten bij TKA worden geïnterpreteerd als generiek bewijs voor het nut van arbocuratieve samenwerking bij alle aandoeningen. Dit artikel laat echter vooral zien dat het succes van werkgerichte interventies sterk samenhangt met de aard van het ziektebeeld, de voorspelbaarheid van herstel en de mogelijkheid tot het maken van realistische, gezamenlijke verwachtingen. Arbocuratieve samenwerking is daarmee geen universele oplossing, maar een context- en diagnose-specifiek instrument dat zorgvuldig moet worden ingezet.

Samenvattend levert dit artikel een waardevolle bijdrage aan de onderbouwing van werkgerichte zorg bij TKA. Het bevestigt dat vroege aandacht voor werk en structurele afstemming tussen curatieve en arbeidsgeneeskundige zorg kan leiden tot snellere en functioneel betere werkhervatting, mits het klinische beloop daarvoor geschikt is. Tegelijkertijd nodigt het uit tot terughoudendheid bij extrapolatie naar andere aandoeningen en tot toepassing binnen een breder Value@Work-kader, waarin duurzaamheid, passendheid en betekenis van werk centraal staan.

Literatuur

1. Cillekens B, Manu G, Kuijer P. Arbocuratieve samenwerking loont: werkgerichte interventies na orthopedische chirurgie. Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde. 2025;34(1):20-21.
2. Hagendijk ME, Zipfel N, Melles M, et al. Patients’ Needs Regarding Work-Focused Healthcare: A Qualitative Evidence Synthesis. Journal of Occupational Rehabilitation. 2025;35(3):450-468.

Repliek van Paul Kuijer, Gideon Manu en Bart Cillekens, onderzoekers

Werkzame ingrediënten voor arbocuratieve samenwerking binnen én buiten de orthopedie

We bedanken Ernst Jurgens hartelijk voor zijn aardige woorden over ons TBV-signaal ‘Arbocuratieve samenwerking loont: Evaluatie van re-integratie na orthopedische chirurgie’. Voor de duidelijkheid – het artikel gaat niet alleen over knieprothesiologie maar ook over heupprothesiologie, lumbale fusiechirurgie en lumbale discectomie.

Wij zijn het eens met Jurgens’ opmerkingen over de beperkte generaliseerbaarheid van de specifieke arbocuratieve aanpak en de gevonden werkuitkomsten voor andere aandoeningen zoals chronische pijnsyndromen, inflammatoire ziekten, postinfectieuze aandoeningen of psychische problematiek. Natuurlijk dient ook daar de arbocuratieve samenwerking gebaseerd te zijn op relevante belemmerende en bevorderende prognostische factoren voor werkparticipatie, passend bij de patiënt en het ziektebeeld.

Wij hopen dat de genoemde voorbeelden uit de orthopedische chirurgie een stimulans zijn om ook voor deze aandoeningen multidisciplinaire zorgpaden voor arbeidsparticipatie te ontwikkelen én te evalueren. Daarbij spelen vermoedelijk vergelijkbare werkzame ingrediënten een rol, waaronder tijdige, laagdrempelige en structurele afstemming tussen curatieve en arbeidsgeneeskundige zorgverleners, aandacht voor arbeidsomstandigheden en de waarde van werk, en Jurgens’ treffend geformuleerde ‘het maken van realistische, gezamenlijke verwachtingen’. Wij kijken uit naar het vervolg, in de overtuiging dat dit ook waardevolle lessen oplevert voor de arbocuratieve orthopedische zorg.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.