Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Winterdepressie en werk: ‘lichttherapie is de aangewezen behandeling’

Jozien Wijkhuijs
Voor sommige mensen begint het al in de maand september: de winterdepressie of, bij mildere klachten, winterdip. Dit kan gevolgen hebben het dagelijks leven en voor de inzetbaarheid in werk. Ybe Meesters (Universitair Medisch Centrum Groningen) en Timo Partonen (Finnish Institute for Health and Welfare) doen allebei al jaren onderzoek naar het fenomeen. ‘Het lijkt toch een verstoring van de biologische klok waar sommige mensen gevoelig voor zijn.’

Voor Ybe Meesters, inmiddels gepensioneerd Klinisch Psycholoog bij het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) kwam het onderwerp van de winterdepressie bij toeval op zijn pad. ‘Ik was klaar met mijn opleiding tot psycholoog toen er een onderzoeksbaan vrijkwam op dit onderwerp. Ik ben een plakker gebleken,’ vertelt hij. Vanaf 1989 doet hij in Groningen onderzoek naar dit fenomeen. ‘Winterdepressie treedt in het half jaar van de herfst en de winter op en uit zich vaak iets anders dan een “gewone” depressie, die kan worden vastgesteld als iemand aan de criteria in de DSM-5 voldoet,’ vertelt hij. ‘Vaak zijn mensen met een winterdepressie meer moe, hebben een grotere behoefte aan slaap tijdens de winter en willen graag meer calorierijk voedsel eten in die maanden, daardoor komen ze ook vaak aan.’

Meer behoefte aan slaap en eten is iets dat bij de gehele bevolking zichtbaar is, stelt Meesters. ‘Er is niet voor niets zoveel zoetigheid rondom Sinterklaas en kerst. Je kunt het spectrum van winterdepressie op een continue lijn plaatsen van helemaal niet depressief naar zelfs suïcidaal depressief. Als de stemmingsklachten niet op de voorgrond staan, maar mensen wel meer behoefte hebben aan slaap, bijvoorbeeld, spreken we over een winterdip of winter blues. Bij stemmingsklachten in combinatie met andere symptomen noemen we het een winterdepressie.’

Timo Partonen, onderzoeksdocent bij The Finnish Institute for Health and Welfare, bevestigt dit beeld. ‘Seasonal Affective Disorder, ook wel SAD, is een depressie die steeds terugkomt en op ongeveer hetzelfde moment in het jaar start en eindigt. Bij reguliere depressies kunnen depressieve periodes soms wel jaren duren, zonder seizoensgerelateerde redenen.’

Niet-verfrissende slaap

Ook hij ziet atypische symptomen ten opzichte van de reguliere depressie. ‘Een toename van eetlust, overeten, behoefte aan koolhydraten in de avond, meer behoefte aan slaap, en gemiddeld 2 tot 5 kilo gewichtstoename in de winter. Bij een depressie die niet seizoensgerelateerd is, zien we bij dit alles juist het tegenovergestelde.’ Partonen raakte in de jaren tachtig geïnteresseerd in het onderwerp. ‘Ik was geneeskundestudent aan de universiteit van Helsinki en deed onderzoek naar slaap. Mijn leidinggevende ging toen naar Amerika en kwam daar in aanraking met onderzoek naar winterdepressie en lichttherapie. Hij wilde daar graag een studie naar doen in relatie tot slaap, of lichttherapie kon helpen bij slaapproblemen.’

Hij toonde, net als andere mensen die soortgelijk onderzoek deden, aan dat er slaapverstoringen te zien zijn in patiënten met winterdepressies. ‘De verschillende fases van slaap die een patiënt doorloopt, zijn te vergelijken met die van iemand met een slaaptekort. Slaap is gefragmenteerd en het lichaam probeert daarvoor te compenseren door meer te slapen, maar dat verfrist vervolgens niet.’ Met lichttherapie kunnen deze klachten worden verlicht en kan de nachtrust verbeteren, zegt hij. ‘Bij winterdepressie is dit de eerste keuze als het gaat om behandeling.’

Biologische klok

Hoe het komt dat sommige mensen gevoeliger zijn voor de verandering van de seizoenen, weten wetenschappers nog niet helemaal zeker, zegt Meesters. ‘Het lijkt toch een verstoring van de biologische klok waar sommige mensen gevoelig voor zijn,’ stelt hij. ‘Natuurlijk zouden wij als mens van nature in de winter ook meer passief moeten zijn en langer moeten slapen.’ Ook Partonen ziet een andere werking van de biologische klok, het circadiane ritme, bij mensen met winterdepressies. ‘Dit zouden structurele verschillen kunnen zijn, want dat ritme zit bij mensen in hun cellen en zeker in het brein, in de hypothalamus. Door deze verschillen ervaren sommige mensen meer impact van een tekort aan daglicht in de herfst.’

Het lijkt erop dat mensen die rapporteren een avondmens te zijn, meer last hebben van dit fenomeen. Ook komen de klachten drie à vier keer zo vaak voor bij vrouwen als bij mannen. ‘Dit is bij reguliere depressie slechts twee keer zo vaak,’ stelt Meesters. Uit cijfers uit 1999 blijkt dat 3 procent van de bevolking in Nederland winterdepressie ervaart en 8 procent de ‘winter blues’, zoals hij het noemt. ‘Dit ligt wel in lijn met wat we in andere landen zien, al neemt het wel toe hoe noordelijker je gaat.’

Partonen en zijn collega’s zetten sinds 2000 iedere vijf jaar een enquête uit onder een representatieve groep volwassenen, om te vragen naar symptomen en de ernst ervan. ‘We zien dat het verspreid over Finland voorkomt, dat er niet veel verschil zit tussen Noord en Zuid. Als we het vergelijken met andere landen, dan zien we niet zo’n groot verschil in mensen die echt klinische hulp nodig hebben, maar wel in de mildere vormen, de winterdip of winter blues. Dat komt echt vaker voor in het noorden van Europa.’

Klachten voorkomen

De effectiviteit van lichttherapie waar Partonen over spreekt, is ook een uitkomst van Meesters’ onderzoek. ‘Volgens de richtlijnen is dat de eerst aangewezen behandeling, die bij 70 tot 80 procent van de mensen effectief is.’ Hij constateerde zelfs dat met lichttherapie de terugkerende winterdepressie kan worden voorkomen. ‘Als iemand op het moment dat de klachten net ontstaan al deze behandeling krijgt, kan een week lichttherapie genoeg zijn voor de gehele winter. Als de klachten op hun ergst zijn, helpt het ook nog, maar dan is er grotere kans op terugval.’

Volgens Partonen corrigeert vijf keer per week behandeling met lichttherapie de biologische klok. ‘Laten we zeggen een half tot twee uur in de ochtend. Op die manier functioneert het lichaam weer binnen het gewone ritme en verdwijnen de symptomen vaak.’ Deze vorm van behandeling is nu ook veel gemakkelijker toe te passen dan vroeger. ‘Toen ik begon had je alleen lampen in behandelkamers, vast aan het plafond. Maar nu kun je ook thuis of op kantoor een lamp gebruiken.’

Op The Finnish Institute for Health and Welfare, waar hij werkt, zijn zelfs twee Bright Light Areas. ‘Tussen 6.00 en 10.00 kunnen medewerkers in de cafetaria of in een ruimte naast de bibliotheek koffiedrinken of de krant lezen en licht in hun ogen laten komen. Je hoeft er niet naar te staren, zolang je maar in zo’n lichte ruimte zit en je ogen openhoudt.’

Herkenning

Meesters heeft tijdens zijn carrière een flinke groei gezien in de bekendheid van het fenomeen. ‘IKEA heeft al eens een reclamespotje gemaakt voor lichttherapie-lampen, bijvoorbeeld. Dat was dertig jaar geleden wel anders. Wij hadden proefpersonen nodig voor ons onderzoek en schreven alle huisartsen in de vier noordelijke provincies aan, maar er kwam geen enkele respons,’ vertelt hij. ‘Pas toen we er voor de regionale radio over vertelden en een interview aan Libelle hadden gegeven, herkenden mensen zich hierin en was de telefoon behoorlijk druk.’

Bedrijfsartsen en andere arboprofessionals geeft hij mee dat winterdepressie goed te herkennen is aan het patroon van slaperigheid, vermoeidheid, verslapen en te laat op het werk komen. ‘Wij hadden een keer een onderwijzer in ons onderzoek die last had van winterdepressiviteit en goed reageerde op lichttherapie. Hij kon toen met zijn werkgever regelen dat er extra verlichting kwam op zijn werkplek.’ Volgens Meesters is de verlichting in werkruimtes over het algemeen aan de lage kant. ‘Als je alleen die al opkrikt, met name in de ochtenduren, zou dat een goed effect kunnen hebben.’ Ook het adviseren van buiten wandelen in pauzes, als het licht is, is een goed idee. ‘Wat ook helpt, is leefstijladviezen zoals regelmaat inbouwen in het dagritme en in voeding.’

Partonen deed twee grote studies naar mensen met een subklinische vorm, de winter blues, en hoeveel baat ze hadden bij lichaamsbeweging. ‘Bij twee tot drie keer per week een uur zagen we al verlichting van de symptomen, maar het moet wel stelselmatig en met regelmaat gebeuren en het duurt langer voor er effect optreedt dan bij lichttherapie. Een combinatie van die twee dingen is het beste.’

Ook is er een vragenlijst, de Seasonal Pattern Assessment Questionnaire (SPAQ) die symptomen die veel voorkomen bij winterdepressies uitvraagt en leidt tot een Global Seasonality Score (GSS). ‘Die is veelgebruikt, ook door mij en Ybe Meesters,’ stelt Partonen. ‘In combinatie met gesprekken kan die vragenlijst nuttig zijn om vast te stellen dat er sprake is van deze problematiek en of er klinische aandacht nodig is of dat er op een andere manier iets gedaan kan worden.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.