Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Burn-out, een verstoorde balans

André Weel
Jurjen Breedijk
Het vakgebied Arbeid en Gezondheid kent een lange en rijke geschiedenis. André Weel en Jurjen Breedijk, beide bedrijfsarts en curator bij het Trefpunt Medische Geschiedenis Nederland op Urk, werken aan een Canon waarin deze geschiedenis in enkele tientallen bijdragen wordt samengevat. Deze teksten worden te zijner tijd gebundeld in een boek (de Canon voor Arbeid en Gezondheid), maar verschijnen daarvoor al op TBV-online.

Dinsdag 13 mei 2025. De Tweede Kamer neemt afscheid van Pieter Omtzigt. Zijn burn-out heeft hemzelf en zijn gezin heel wat verdriet bezorgd. Hij wrijft meermalen met beide handen de tranen uit zijn ogen. In zijn afscheidsbrief schrijft Omtzigt dat zijn gezondheid het niet langer toelaat om een landelijke politieke partij te leiden. ‘Tot rust kwam ik alleen tijdens nachtelijke wandelingen in een donker bos.’ Maar met die ‘rust’ is zijn burn-out niet verdwenen.

De Kamervoorzitter roemt Omtzigts moed om open te zijn over zijn burn-out. Omtzigt: ‘Die openheid leidde tot veel begrip en warme reacties, maar ook soms tot pijnlijke aanvallen. Zelfs toen ik thuiszat, bleef er veel te veel druk en aandacht, bijvoorbeeld vanuit de media.’

De term burn-out, nu algemeen ingeburgerd en veelgebruikt in de dagelijkse omgangstaal, is afkomstig van een roman van de Britse schrijver Graham Greene: A Burnt-Out Case uit 1960.1 In deze roman komt Querry, een architect die emotioneel en spiritueel is ‘opgebrand’ na een leven van hard werken, roem en luxe, eind jaren vijftig aan in een leprozenkolonie in Belgisch Congo, geleid door katholieke missionarissen. Aanvankelijk lijkt hij alleen maar zijn verleden te willen ontvluchten. Maar dan komt hij in de ban van de lepralijders en de religieuze orde die de kolonie leidt. Daarin vindt hij uiteindelijk een gevoel van verbinding en zingeving. De koloniedokter, die zelf atheïst is, ziet Querry als het mentale equivalent van een ‘burnt-out case’: een lepralijder in het eindstadium die alle fasen van mutilatie heeft doorgemaakt. Terwijl Querry helemaal opgaat in het werken met de lepralijders, beweegt zijn mentale aandoening zich langzaam maar zeker in de richting van genezing.

In het Luik ‘Psychische klachten bij werknemers en de kwaliteit van de arbeid’ hebben we beschreven hoe de arbeid zich in de decennia na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelt en een voedingsbodem wordt voor psychische klachten en burn-out:

‘Na 1955 zien we de snelle opkomst van mechanisering en automatisering, met als gevolg rationalisatie van werk en arbeidsdeling (het opknippen van het werk in deeltaken). Er volgt een enorme taakversmalling en duizenden werknemers zitten in banen waar zij maar een klein onderdeel van het productieproces als taak hebben. Het moet allemaal efficiënter, sneller, met minder kosten en meer omzet. Al met al lijkt de mens een verlengstuk van de machine geworden. De mens doet de resttaken. Tegelijkertijd intensiveert het werk.’

In de jaren zeventig, als mensen de straat opgaan om de wereld te verbeteren, wordt burn-out wel beschouwd als een ‘nobele aandoening’, als een verdienste. Het betekent dat je jezelf hebt uitgeput terwijl je anderen hebt geholpen. Veel onderzoek is gedaan in de zorgberoepen in ruime zin: verpleegkundigen, onderwijzers, maatschappelijk werkenden. Omdat veel van deze beroepsbeoefenaren idealisten zijn, en vaak ook perfectionisten, en omdat ze vaak werken met ‘moeilijke’ gevallen, patiënten, leerlingen, probleemgezinnen, zijn ze in hoge mate gevoelig voor desillusie. Dat proberen ze te voorkómen door nog harder te gaan werken, en zo lopen ze het risico van ‘opbranden’, ofwel burn-out.

Binnen de psychologie is de term burn-out gelanceerd door Herbert Freudenberger (1926-1999) in zijn publicatie Staff burnout.2 De term verwijst naar langdurige uitputting en verminderde interesse in het werk. Burn-out als zodanig wordt niet als een stoornis erkend in de DSM , maar wel in de ICD , als een verschijnsel dat optreedt bij beroepsarbeid. Burn-out wordt, ook in de ICD-10 en ICD-11, niet geclassificeerd als een medische conditie.3,4 Het wordt gezien als een reden waarom mensen een dokter raadplegen, maar niet als een ziekte of stoornis.

De definitie in de ICD-11 luidt: ‘Burn-out is een syndroom dat voortvloeit uit chronische stress op de arbeidsplaats die niet adequaat is aangepakt. Het wordt gekenmerkt door drie dimensies:
1. gevoelens van gebrek aan energie of uitputting;
2. een toegenomen mentale afstand tot het werk, ofwel gevoelens van negativisme of cynisme ten aanzien van het werk;
3. een verminderde arbeidsprestatie.

Burn-out heeft specifiek betrekking op verschijnselen in de beroepsmatige sfeer en moet niet worden toegepast om ervaringen op andere levensterreinen te beschrijven.’

Als Freudenberg aan het werk is in een kliniek voor drugsverslaafden, merkt hij op dat de vrijwilligers, als ze ontmoedigd zijn, dikwijls steeds harder gaan werken, om het gevoel dat ze falen vóór te blijven. Een burn-out ligt dan op de loer! Op basis van deze ervaring schrijft hij in 1974 het boek Burnout: The High Cost of High Achievement.5 Andere boeken volgen spoedig. Een subspecialisme van de psychologie is geboren.

De meest gebruikte methode om burn-out vast te stellen en de ernst ervan te meten is de vragenlijst Maslach Burnout Inventory (MBI). Christina Maslach en Susan Jackson hebben als eersten het construct ‘burn-out’ geïdentificeerd in de jaren zeventig, en in 1981 een maatstaf ontwikkeld die de effecten van emotionele uitputting en een verminderd gevoel van prestatie weegt.6 De MBI is de standaard voor het meten van burn-out geworden. De MBI kent drie dimensies: uitputting, cynisme en verminderde prestatie. Maslach en haar college Michael Leiter hebben als tegenpool van burn-out het begrip bevlogenheid (‘work engagement’) gedefinieerd. Dit laatste wordt gekenmerkt door energie, betrokkenheid en prestatie, de tegenhangers van uitputting, cynisme en verminderde prestatie.

Maslach’s theorie is dat door elk van de volgende zes problemen mensen helemaal kunnen ‘opbranden’: te veel werken; werken in een onrechtvaardige omgeving; werken met weinig sociale steun; werken met weinig of geen leiding; werken ten dienste van waarden die men verafschuwt; werken tegen een te lage beloning (of die nu bestaat uit geld, prestige of positieve feedback). In deze opsomming kent zij ook gewicht toe aan omgevingsfactoren die belangrijk zijn voor het ontstaan van burn-out.

Procesmodel van burn-out
Procesmodel van burn-out

Burn-out is een proces, of – beter gezegd – het eindstadium van een proces waarin ook persoonsgebonden en factoren uit de sociale omgeving een rol spelen:

Farber noemt burn-out vaak ‘de kloof tussen verwachting en beloning’, vooral van belang voor New Yorkers.7 Dit was altijd al een stad van mensen met overspannen verwachtingen. Mensen die meer bescheiden doelen voor zichzelf koesteren zijn minder snel gedesillusioneerd.

Burn-out wordt ook wel beschreven als een verstoorde balans tussen inspanning en beloning, of tussen inspanning en ontspanning. Als je in je vrije tijd niet herstelt, ben je dan vatbaarder voor burn-out? ‘Dat denk ik zeker’, zegt Wilmar Schaufeli desgevraagd. ‘Want dat is nou precies burn-out. Een wanverhouding tussen inspanning en herstel.’

Burn-out, een typisch jaren-zeventig-concept. De wetenschappelijke ‘hardheid’ ervan staat al vele jaren ter discussie.8-10 Burn-out is geen ziekte of stoornis in strikte zin. De naam is wel een voltreffer om een uitgesproken psychisch toestandsbeeld als gevolg van een langdurig verstoorde balans tussen arbeidsinspanningen en mentale gezondheid te benoemen. Het concept blijft actueel: zie de casus Omtzigt.

Literatuur
1. Greene G. A Burnt-Out Case. New York (American edition): The Viking Press, 1961.
2. Freudenberger H. Staff Burnout. Journal of Social Issues 1974; 30: 159-165.
3. World Health Organization. International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems 10th Revision (ICD-10). Geneva: WHO, 2010.
4. World Health Organization. International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems 11th Revision (ICD-11). Geneva: WHO, 2011.
5. Freudenberger HJ, Richelson G. Burn Out: The High Cost of High Achievement. What it is and how to survive it. New York: Bantam Books, 1980. ISBN 978-0-553-20048-5.
6. Maslach C, Jackson SE, Leiter MP. Maslach Burnout Inventory. Palo Alto, CA: Consulting Psychologists Press, 1996.
7. Farber B. Introduction: Understanding and treating burnout in a changing culture. Journal of Clinical Psychology 2000; 56(5): 589-594.
8. Maslach C, Schaufeli WB, Leiter MP. Job burnout. Annu Rev Psychol. 2001; 52: 397–422.
9. Senior J. Can’t Get No Satisfaction. New York, Nov 22, 2006.
10. Schaufeli W. Burn-out in discussie: de stand van zaken. De Psycholoog 2007; 42: 534-540.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.