Als nieuwe artsen starten bij een arbodienst of UWV, kunnen ze begeleid worden door een supervisor (binnen de bedrijfsgeneeskunde) of mentor (binnen de verzekeringsgeneeskunde). Bram Kremers en Naomi Louisse kozen voor zo'n begeleidende rol voor hun jongere collega's en volgden een tweedaagse training om die te mogen vervullen. ‘Het contact maakt me ook bewust van mijn eigen valkuilen.'
Bedrijfs- en verzekeringsartsen die hun kennis over het vak graag willen overdragen op nieuwe collega’s kunnen de training Begeleidingsvaardigheden voor supervisoren/mentoren volgen bij de SGBO. Ze leren daar over de verschillende rollen die je kunt vervullen in contact met een a(n)ios. Zo is er de expert, de regisseur, de coach en het klankbord. De kunst is om de balans te zoeken tussen ruimte geven en bijsturen. En aandacht voor persoonlijke en vakinhoudelijke ontwikkeling komt aan bod. De NSPOH heeft vergelijkbare scholing.
Hoewel niet iedereen deze stap zet, kan het supervisor- of mentorschap ook een opstap zijn naar een rol als praktijkopleider. Onder bepaalde voorwaarden kunnen artsen die de training begeleidingsvaardigheden hebben gedaan, de basisopleiding tot praktijkopleider versneld volgen.
Voor verzekeringsarts Bram Kremers en bedrijfsarts Naomi Louisse biedt het mentor- en supervisorschap verdieping van hun verdere werkzaamheden. Beiden kwamen ze vanuit een andere carrière in de sociale geneeskunde terecht en het werk beviel hen direct. Nu willen ze hun kennis en waarden overdragen op artsen die toetreden in het vak.
Bram Kremers, verzekeringsarts, UWV Roermond
Bram Kremers is sinds oktober 2025 officieel verzekeringsarts. ‘De keuze voor verzekeringsgeneeskunde kwam voor mij na een promotietraject bij vaatchirurgie en een korte tijd bij de huisartsenopleiding’, vertelt hij. Daar zat hij niet geheel op zijn plek en hij herinnerde zich toen zijn coschap bij het UWV. ‘Ik ben toen opnieuw een dagje gaan meelopen en dat beviel eigenlijk heel goed. Er komt heel veel samen in ons vak: de medische kennis, wet- en regelgeving, lange gesprekken kunnen voeren met cliënten en een verhaal echt kunnen uitdiepen.’
Bram Kremers is verzekeringsarts bij UWV Roermond. (Foto: privébezit)
Hij doet het werk met veel plezier. Bij het UWV krijgt hij de kans om variatie in zijn werk aan te brengen, bijvoorbeeld met het ondersteunen van nieuwe artsen. ‘Ik geef onderwijs aan coassistenten en ben mentor voor nieuwe, jonge artsen. Het UWV is altijd op zoek naar mentoren en in het zuiden van het land is er heel veel aanwas van artsen op dit moment.’ Die startende anios krijgen een praktijkopleider en een mentor. Beide krijgen vrijstelling om die rol goed te kunnen invullen. ‘We bespreken samen casuïstiek, maar ook andere dingen die er eventueel spelen binnen het werk. Daar krijgen we volledig de ruimte voor.’
De kunst is het balans zoeken tussen ruimte geven en bijsturen
‘Deze rol van mentor werd bij mij voor twee nieuwe mensen aangeboden en ik wilde daar graag voor gaan. Ik ben toen de training Begeleidingsvaardigheden voor supervisoren gaan volgen bij SGBO.’ Dat is verplicht om dit werk te mogen doen, maar Kremers wilde het ook graag. ‘Ik dacht: ik heb voldoende medische kennis om over te dragen, maar er komt natuurlijk wel meer bij kijken dan alleen dat. Ik wilde graag handvatten krijgen en me bewust worden van wat het mentorschap precies inhield.’
Een belangrijk onderwerp voor hem waren de vier verschillende stijlen van mentorschap: de expert, regisseur, coach en het klankbord. ‘In het begin neem je gemakkelijk die expertrol aan en draag je vooral medische en juridische kennis over. Maar naarmate de anios meer ervaring opdoet, ga je vanzelf meer naar de coachende rol. Het is belangrijk om te kunnen wisselen binnen die stijlen’, zegt hij. Naast kennisoverdracht is er namelijk meer om rekening mee te houden. ‘Er is een soort onderstroom, waarin vragen naar boven komen als: hoe ga je in gesprek met een manager, wat is je verstandhouding met de sociaal-medisch verpleegkundige , hoe overleg je met een arbeidsdeskundige? Dat zijn allemaal zaken waarbij een anios met mij mee kan kijken en daaruit bepaalde dingen kan overnemen. Het is belangrijk om per situatie te kijken welke rol ik moet inzetten en waar de arts die ik begeleid op dat moment het meest bij gebaat is.’
De breedte van het mentorschap was voor hem een prettige verrassing, vertelt hij. ‘Ik vind het fijn om die verdieping op te zoeken, daar was ik me van tevoren niet zo van bewust.’ Voor hemzelf levert het contact met de anios ook veel op. ‘Zij komen toch met bepaalde, frisse vragen waardoor ik ook weer anders over het werk nadenk. Ik heb bijvoorbeeld mijn format van hoe ik een rapport opstel aangepast naar aanleiding van de gesprekken.’ Ook maakt zijn rol het werk voor Kremers minder eentonig. ‘Het creëert variatie in de werkzaamheden, ik combineer dit met het beoordelingen doen en vind dat prettig.’
Natuurlijk kost het hem ook tijd. ‘Zeker in het begin. Dan moet je soms meermaals benadrukken dat een rapport volledig moet zijn en juridisch klopt. Daar zit veel tijd in. Ik vind het verder een uitdaging om de balans te houden tussen begeleiden en corrigeren. Ik wil stimulerende vragen kunnen stellen als: Je hebt hier een urenbeperking gegeven, wat zit daarachter? Daar haalt de ander meer uit.’
Wat hij graag meegeeft, is dat het belangrijk is om vast te houden aan je eigen normen en waarden en om altijd de mens achter het dossier te blijven zien.
Een van de belangrijkste aspecten aan het mentorschap is, dat er altijd iemand aan de kant van de anios staat. ‘Dat heb ik zelf ook ervaren toen ik die begeleiding kreeg. Je hebt natuurlijk meerdere belangen, die van de organisatie en ook die van de jonge arts. Het is fijn als een mentor daar oog voor kan hebben.’
Zijn belangrijkste drijfveer is dat hij alle artsen een goede start gunt binnen het vak. ‘Voor mij is het belangrijk om hen een goede basis te geven, waarmee ze verder kunnen gaan en hun professionele ontwikkeling kunnen voortzetten. Ik denk dat ik dat kan bieden en wil daar ook voor gaan.’
Kremers vindt het in het belang van het gehele vakgebied om alle artsen een goede start te bezorgen. ‘Als iemand in het begin geen feeling krijgt met de verzekeringsgeneeskunde, heeft diegene misschien ook geen zin om erin verder te gaan.’
Kremers zou dan ook iedereen aanraden om de mentorrol op te pakken. ‘Je hebt heel veel kennis en ervaring, het is zonde om die niet over te dragen. En het daagt jou ook uit.’
Naomi Louisse, bedrijfsarts bij Arbo Unie
Naomi Louisse werkte een paar jaar in het ziekenhuis en deed de opleiding tot longarts toen ze tot de conclusie kwam dat die richting het niet was voor haar. ‘Ik heb toen met allerlei vakken buiten het ziekenhuis meegekeken en ontdekte dat het zoeken naar werk iets met je doet: je bent er veel mee bezig, je twijfelt… Heel willekeurig kwam ik bij bedrijfsgeneeskunde terecht. Dat sloot aan op de vraagstukken waar ik zelf mee bezig was.’ Ze vond de mensen die ze ontmoette prettig en de onderwerpen interessant. ‘Toen ben ik bij Arbo Unie begonnen als anios en later heb ik ook de opleiding gedaan.’
Naomi Louisse is bedrijfsarts bij Arbo Unie. (Foto: privébezit)
Het werk bevalt haar goed. ‘Werk en gezondheid zijn erg met elkaar verbonden. Het is fijn om mensen te kunnen helpen dat goed in balans te brengen, ik kan ze iets meegeven waardoor ze dingen anders gaan doen. In de curatieve zorg ervaarde ik het als een probleem oplossen en dan terug naar de status quo.’ Ook meedenken bij klanten op organisatieniveau vindt ze interessant. ‘Die ruimte moet een bedrijfsarts zelf maken. Daar moet je soms hard voor werken, maar het is mogelijk om dat te creëren.’
Als anios had ze zelf ook een supervisor, zoals deze rol binnen de bedrijfsgeneeskunde heet. ‘Dat was fijn en ik voelde daar al direct de wereld van verschil met het ziekenhuis. Diegene nam echt de tijd voor mij, in tegenstelling tot eerder, waar er veel meer tijdsdruk achter zat,’ zegt ze. Louisse vond onderwijs en lesgeven zelf interessant en met haar leidinggevende dacht ze na over de vervolgstappen in haar carrière. ‘We bedachten we dat een rol als supervisor mooi zou zijn.’
Ze volgde de training Begeleidingsvaardigheden voor supervisoren/mentoren. ‘Ik vond vooral het deel waar we de connectie met de praktijk maakten erg nuttig. Het was waardevol om te kunnen bespreken waar we in de praktijk tegenaan lopen.’ Zo kwam bijvoorbeeld aan bod hoe je als supervisor kunt omgaan met de verschillen tussen artsen. ‘Het is logisch dat iedereen anders is. Als supervisor vind ik het belangrijk te weten wat de anios tegenover me wil. Als iemand iets inbrengt in een gesprek met mij, vind ik het de verantwoordelijkheid van diegene om van tevoren te bedenken waarom we het daarover gaan hebben. Daar ben ik scherp op.’ Op die manier kan Louisse bepalen welke rol zij op dat moment kan aannemen. ‘Ik ben niet heel bewust bezig met de benamingen van de rollen uit de cursus, maar dat switchen ertussen doe ik zeker, afhankelijk van wat nodig is.’
Heel leuk om van de anios hun andere kijk op dingen te horen
Op dit moment begeleidt ze twee aniossen. ‘Het is heel leuk om een andere kijk op dingen van hen te horen, ze helpen me soms afvragen waarom we bepaalde dingen doen’, zegt ze. ‘Het maakt me ook bewust van mijn eigen valkuilen. Ik ben vrij pragmatisch, schrijf vrij veel op. Een anios vroeg waarom, dan word ik ook weer gedwongen dat te beargumenteren.’ Ook leert ze veel van eerdere ervaringen van de jonge artsen met wie ze werkt. ‘De meeste bedrijfsartsen hebben eerst iets anders gedaan. Een van de artsen die ik begeleid heeft in de psychiatrie gewerkt, dat is voor mij een superwaardevolle toevoeging’, vertelt ze. ‘Ik leer daarin ook heel veel van hem.’
Een van de belangrijkste waarden die ze wil overdragen is dan ook dat er weinig echt fout is, als een arts maar goed kan beargumenteren waarom die iets doet. ‘Ik probeer als supervisor niet iemand te vertellen hoe diegene iets moet doen. Ik wil openstaan voor andere zienswijzen en manieren, we moeten op onszelf kunnen reflecteren. Als iets past tussen kaders en richtlijnen, hoor ik graag waarom een arts dingen wil doen op diens manier.’ Het is volgens Louisse belangrijk dat een supervisor flexibel kan zijn en zich coachend kan opstellen.
Bij haar werkgever, Arbo Unie, nemen ze supervisie erg serieus. ‘Het perspectief van de werkenden, maar ook dat van de werkgever, wordt sterk meegenomen in het contact met nieuwe jonge artsen. Het gaat verder dan puur en alleen de medische insteek, we willen graag een partner zijn voor onze klanten.’ Voor Louisse zelf is dat een belangrijk punt. ‘We willen echt kwaliteit nastreven.’