In de leidraad Standpunt delegatie van taken door de bedrijfsarts en supervisie (NVAB 2025) is onder meer vastgelegd dat de bedrijfsarts en de gesuperviseerde arts de werknemer dienen te informeren over de supervisie, op een zodanige wijze dat de functie en specifieke taak van de gesuperviseerde duidelijk is voor de werknemer en hij weet wie de verantwoordelijke bedrijfsarts is. Verder is bepaald dat de gesuperviseerde en de bedrijfsarts laten weten hoe en wanneer de werknemer de verantwoordelijke bedrijfsarts kan bereiken.
In deze zaak bij het Regionaal Tuchtcollege klaagt een werknemer over de verzuimbegeleiding van een arts in opleiding tot bedrijfsarts. De klacht is onder te verdelen in het verlenen van onvoldoende zorg, het geven van onjuiste en tegenstrijdige adviezen, het negeren van het advies van de psycholoog en het niet vermelden dat zij bedrijfsarts in opleiding is.
Klager is bekend met een voorgeschiedenis van chronische nek- en rugklachten, waarvoor hij onder behandeling is geweest bij een neuroloog en orthopedisch chirurg. Een oorzaak voor deze chronische klachten is niet gevonden. De behandelend fysiotherapeut meldt dat de nek- en rugklachten het gevolg waren van psychosociale factoren en adviseert ‘om samen met meneer te gaan zoeken naar manieren om hem wel naar zijn werk te krijgen’. Thuisblijven wordt gezien als negatieve prognostische factor dus als dat beïnvloed kan worden zou dat goed zijn voor zijn herstel.
In de brief van de psycholoog staat onder meer: ‘De diagnostiek toont dat op het werk veel stressoren worden ervaren. Overbelasting en werkplekgebondenheid spelen een rol. Ook ervaart klager gebrek aan sociale ondersteuning vanuit zijn leidinggevende en collega’s. Het werk wordt ook gezien als onvoldoende zinvol met als gevolg het piekeren‘.
Het Regionaal Tuchtcollege stelt vast dat in het medisch dossier van klager niet de mededeling is opgenomen dat verweerster onder supervisie werkte. Dat betekent dat het college ook niet kan vaststellen dat verweerster daadwerkelijk deze mededeling heeft gedaan, nu klager dit betwist. Het is van evident belang dat een arts in opleiding tot bedrijfsarts transparant is over haar positie en het feit dat zij onder supervisie werkt. Dat betekent ook dat het de verantwoordelijkheid is van de bedrijfsarts in opleiding tot specialist bedrijfsartsgeneeskunde om van dergelijke mededelingen aantekening te maken in het medisch dossier van de zieke werknemer. Juist in geval er ook sprake is van een (mogelijk) arbeidsconflict, mag van een bedrijfsarts (ook als deze nog in opleiding is) worden verwacht dat zij heldere en navolgbare adviezen geeft. Dat heeft verweerster in dit geval nagelaten. Het college is van oordeel dat de klacht gegrond is en de maatregel van waarschuwing passend.
Zaak verstoorde relatie (ECLI:NL:TGZCTG:2025:213)
Een verstoorde relatie tussen arts, werkend onder supervisie van een bedrijfsarts, en klager vormt de achtergrond voor een klacht bij het Regionaal Tuchtcollege, die vervolgens in beroep is behandeld bij het Centraal Tuchtcollege. Klager was wegens een beperkte belastbaarheid door chronische draaiduizeligheid in begeleiding bij een andere bedrijfsarts. Hij werkt met een WIA-uitkering 25 uur per week. De klacht gaat erover dat de arts onvoldoende onderzoek heeft verricht en ongemotiveerd is afgeweken van een eerdere beoordeling door de andere bedrijfsarts.
De vaste bedrijfsarts had geadviseerd voorlopig 3×5 uur per week te werken en het UWV hierbij betrokken. Zijn rapportage meldt onder meer: ‘Informatie UWV afwachten, huidige uren continueren gezien betrokkene nu ook spoor 2 verricht. Vervolgspreekuur over 8 weken.’ Na een ziekmelding had klager weer 3×5 uur per week het werk hervat. Hoewel klager zijn andere bedrijfsarts had gewild is er spreekuurcontact geweest tussen klager en aangeklaagde arts. Volgens de aantekeningen van deze arts is met klager besproken dat ‘er een inspanningsverplichting is om de komende weken op te gaan bouwen naar 4×5 uur en verder’. De arts heeft ook tegen klager gezegd dat als klager blijvend niet meer uren kan werken dan 3×5 uur, hij voor die uren bij het UWV kan worden afgekeurd en hiervoor eventueel een WIA-uitkering kan krijgen. Klager was het niet eens met wat de arts zei en is vertrokken. De arts heeft zijn supervisor na het weekend ingelicht. Klager heeft contact gezocht met zijn werkgever en is twee weken later door een andere arts gezien.
Tegenstrijdige en onjuiste adviezen bij cliënt met chronische nek- en rugklachten
Het Centraal Tuchtcollege stelt vast dat de arts die klager vanuit de Arbodienst langdurig begeleidde, een duidelijke koers had uitgezet waarin het al langere tijd niet haalbaar was voor klager om meer dan 3×5 uur per week te werken, waarbij klager kort voor het consult met de arts nog enige dagen volledig was uitgevallen. De arts heeft een oordeel gegeven in de verzuimbegeleiding van klager, zonder daar een deugdelijke onderbouwing voor te geven terwijl dit oordeel op basis van de aanwezige stukken en uitleg niet navolgbaar is.
De arts had niet zonder onderbouwing tot een koerswijziging moeten besluiten
Het Centraal Tuchtcollege vindt de door de arts ingezette koerswijziging in de verzuimbegeleiding onbegrijpelijk. De arts heeft weliswaar gesteld dat hij klager heeft onderzocht, maar daarvan blijkt niets uit zijn aantekeningen terwijl de klager dit heeft betwist. Ook als dat onderzoek wel had plaatsgevonden, is niet duidelijk geworden op basis waarvan de uitkomsten van dat onderzoek konden leiden tot genoemde koerswijziging. Gelet op de beperkte rol van de arts in het geheel en op de spanningen tussen arts en klager, had de arts naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege terughoudendheid moeten betrachten en zeker niet zonder onderbouwing tot een koerswijziging moeten besluiten. Door dat wel te doen, heeft hij tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Het Centraal Tuchtcollege weegt mee dat de arts heeft aangegeven dat hij het advies/de verplichting om op te bouwen in werkuren pas met zijn supervisor heeft besproken nadat de brief daarover al naar de werkgever van klager was gestuurd. Dit doet de vraag rijzen in hoeverre supervisie goed is geregeld. Voor de maatregel speelt mee dat de arts gebrekkig inzicht heeft getoond in de verwijtbaarheid van zijn handelen. Alles afwegende is het Centraal Tuchtcollege met het Regionaal Tuchtcollege van oordeel dat oplegging van de maatregel van berisping een passende reactie is.
Een verzuimbegeleiding ontspoort als klaagster van mening is dat de begeleidend arboarts, werkend onder supervisie van de bedrijfsarts, onzorgvuldig handelt. De re-integratie zou daardoor onnodig zijn vertraagd, en de verhoudingen tussen klaagster en haar werkgever onnodig zijn verstoord. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat hij als supervisor verantwoordelijk is. De kern van de zaak is het verzoek van klaagster om een second opinion in een situatie waarin een deskundigenoordeel bij het UWV meer voor de hand ligt.
Over het verzoek is contact geweest tussen de arboarts en de superviserend bedrijfsarts. Vanaf dat moment had, naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege, de bedrijfsarts een actiever invulling moeten geven aan zijn rol als supervisor. Van de bedrijfsarts mocht in redelijkheid verwacht worden dat hij zich verdiepte in de verzuimproblematiek van klaagster en dat hij de arboarts actief begeleidde bij dit traject met daarbij aandacht voor de verstandhouding tussen klaagster en werkgever. Hij had er bijvoorbeeld voor kunnen kiezen om het gesprek met de klaagster samen te voeren. Dat de bedrijfsarts dit heeft nagelaten, acht het Centraal Tuchtcollege tuchtrechtelijk verwijtbaar.
Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege ziet dat anders en verklaart de klacht deels gegrond en legt de bedrijfsarts een waarschuwing op.
Leerpunten
Artsen die onder supervisie van een bedrijfsarts werken, hebben hun eigen zorgplicht. Zij moeten zich hiervan bewust zijn in situaties waarin onderlinge relaties verstoord dreigen te raken. Professionele distantie en zorgvuldigheid in het formuleren van adviezen passen ook bij artsen die (nog) niet geregistreerd zijn als bedrijfsarts.
Een supervisor dient zich actief te bemoeien in precaire situaties waarbij gezamenlijke consultvoering de-escalerend kan werken. Ontbreekt actieve steun dan schiet de supervisie te kort.