Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

‘Verhalen uit hetverleden kunnen als preventie dienen’

Jozien Wijkhuijs
André Weel en Jurjen Breedijk, beiden bedrijfsarts en curator bij het Trefpunt Medische Geschiedenis Nederland op Urk, werken aan een canon waarin de geschiedenis van de bedrijfsgeneeskunde wordt belicht. Na een lange reeks op TBV-online, werken ze nu toe naar een publicatie in boekvorm. ‘We kunnen veel inspiratie opdoen uit het verleden, de verhalen zijn van belang en kunnen als preventie dienen.'
© Ripato / Freepik

 

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12498-025-2672-1/MediaObjects/12498_2025_2672_Fig1_HTML.jpg
André Weel.
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12498-025-2672-1/MediaObjects/12498_2025_2672_Fig2_HTML.jpg
Jurjen Breedijk.
Jurjen Breedijk en André Weel zijn beiden bedrijfsarts, met twee heel verschillende carrières. Breedijk is zelfstandig bedrijfsarts. ‘Ik ben na mijn studie eerst militair arts geworden. Ik wilde direct iets doen, zonder vervolgopleiding,’ vertelt hij. ‘Daarna ben ik verzekeringsgeneeskundig werk gaan doen om te kijken of dat beviel.’ Hij vond het werk interessant, maar wilde liever als bedrijfsarts aan de slag, met mensen die nog een werkgever hebben. ‘Re-integratie kan dan nog iets betekenen. Ik ging bij KLM Health Services werken en deed daar de opleiding. Later ben ik zelfstandig bedrijfsarts geworden, dat beviel me direct goed.’
Weel is inmiddels gepensioneerd. Hij begon als ziekenhuisarts, op de chirurgische afdeling. ‘Daarna heb ik in een huisartsenpraktijk gewerkt. Daar kwam nogal wat arbeidsgeneeskundige problematiek voor en dan werd mij gevraagd advies uit te brengen. Maar in Midden-Limburg, waar ik werkte, was toen weinig expertise op dit gebied,’ vertelt hij. Hij zag veel patiënten uit fabrieken, die bijvoorbeeld met asbest werkten. ‘Ik heb toen met de kennis die er destijds wel was advies uitgebracht.’ Weel was op zoek naar kennis om antwoord te geven op de vragen die hij kreeg in de praktijk. ‘Toen kwam er een baan vrij bij de bedrijfsgezondheidsdienst in Doetinchem en heb ik mijn kans gegrepen.’

Begin van het vakgebied

Voor Breedijk is preventie een belangrijk thema in zijn werk. ‘Ik kwam precies op een moment het vak in waarop de commercie zijn intrede deed,’ vertelt hij. ‘Dat was voor mij gunstig, want ik kon daardoor als zelfstandige gaan werken en me bezighouden met bijvoorbeeld beroepsziekten en toxiciteit.’ Weel deed een promotieonderzoek naar preventief medisch onderzoek bij werknemers. Zijn interesse in de medische geschiedenis werd in die tijd aangewakkerd. ‘Mijn promotor vroeg hoe ik het ging opzetten, ik had een inleiding nodig. Hij zei dat het interessant was om te kijken wat de geschiedenis van preventief onderzoek was.’ Hij schreef in zijn proefschrift uiteindelijk een heel hoofdstuk over die geschiedenis.
Weel heeft het vak zelf zien veranderen, vertelt hij. ‘In mijn beginjaren werd arbozorg geregeld door bedrijfsgezondheidsdiensten (BGD’en). Dat waren geen commerciële instellingen, maar zorginstellingen die werden aangestuurd door werkgevers en werknemers.’ Bedrijfsartsen hadden toen meer tijd voor preventief werk, bijvoorbeeld bedrijfsbezoeken, werkplekonderzoeken, metingen en spreekuren gericht op begeleiding en re-integratie, niet zozeer op controle. ‘Dat duurde tot 1993, 1994, toen er nieuwe wetgeving kwam. De BGD werd arbodienst genoemd en mocht ook commercieel werken. Achteraf zeg ik, en velen met mij: de diensten gingen vooral concurreren op prijs en niet op kwaliteit. Uiteindelijk kwam de focus sterk te liggen op het controleren van verzuim.’
‘Het begon al vroeg met Bernardino Ramazzini en zijn handboek over beroepen en ziektebeelden’
Beide artsen hebben een sterke interesse in de kern van het vak en de rol van de bedrijfsarts. Zowel in het heden, als in het verleden. Weel zat in de werkgroep historie van de NVAB. ‘Met die groep hebben we een congres georganiseerd, in Rotterdam in 2014, The 5th International Congress on the History of Occupational Diseases. Daar kwamen deelnemers uit zo’n twaalf landen.’ Breedijk ontwikkelde tijdens zijn loopbaan ook interesse in de herkomst van het vak. ‘Men zegt dat het begint bij het instellen van wetgeving, zo net na de Tweede Wereldoorlog. Maar ik kwam erachter dat het al heel vroeg begonnen is, met Bernardino Ramazzini, een Italiaanse hoogleraar uit de 17de en 18de eeuw,’ vertelt hij. ‘Hij schreef een handboek over allerlei beroepen met de daarbij horende ziektebeelden. Hij was een soort eenling. De tijd daarna, tot aan de moderne tijd, ontbrak de informatie over dat onderwerp. Daar ontstond mijn belangstelling om dat te onderzoeken.’

Loods op Urk

Samen zijn Breedijk en Weel nu curator voor de arbeids- en bedrijfsgeneeskunde bij het Trefpunt Medische Geschiedenis Nederland (TMGN), op Urk. Het Trefpunt bestaat officieel sinds 2013. ‘Mart van Lieburg, hoogleraar Medische Geschiedenis, kreeg een grote hoeveelheid boeken van de Erasmus Universiteit Rotterdam, waar daar geen plaats meer voor was. Hij moest die ergens onderbrengen en kon op Urk een betaalbare loods vinden,’ vertelt Weel. ‘Daarna volgde literatuur uit allerlei medische disciplines. In 2013 is de stichting opgericht.’

De Canon van Arbeid en Gezondheid is een stapeling van vele historische bouwstenen (foto piramiden van Gizeh).
Ripato / Freepik
Vanwege hun interesse en ervaring in het doen van onderzoek op medisch-historisch gebied, werden Breedijk en Weel curator, als vrijwilliger. ‘De NVAB huurt ruimte in het Trefpunt, in ons geval 28 meter boekenplank. Die staat nu al helemaal vol,’ vertelt Weel. ‘Wij moeten bepalen welke bronnen van waarde zijn, wat we bewaren en hoe we nu verder gaan. Als iets interessant is, bewaren we het.’ Volgens Breedijk zijn ze amateur, maar wel serieus amateur. ‘We zijn geen historici, natuurlijk, maar hebben ons sterk beziggehouden met de geschiedenis van het vak en de beschikbare cursussen over dit onderwerp gevolgd.’
‘We zijn geen historici: we doen dit als amateur, maar dan wel als serieus amateur’

Spontaan ontstaan

Vanuit hun werk bij het TMGN ontstond het idee om een Canon voor Arbeid en Gezondheid aan te leggen. ‘Het is een beetje spontaan ontstaan,’ vertelt Breedijk. ‘Ik had ooit al eens het idee, maar daar nooit iets mee gedaan. Meerdere vakgebieden hebben canons, het onze nog niet, maar je speelt als specialisme toch wat meer mee als je dit hebt. Toen we eenmaal bij het TMGN zaten en al die bronnen aan het verzamelen waren, heeft André het idee toch nog eens geopperd.’ Weel herinnert zich dat ook hoogleraar Van Lieburg een duit in het zakje deed. ‘Hij zag al zo’n vijftien canons van verschillende medische vakgebieden en vroeg ons waar die van ons bleef. Toen zijn we ermee begonnen.’
Breedijk was er in zijn eigen onderzoek al op heel veel informatie gestuit. ‘Niet alleen nationaal, maar ook internationaal, bleek er heel veel aandacht te zijn geweest voor arbeid en gezondheid,’ vertelt hij. ‘In de geschiedenis moesten mensen op den duur gevaarlijker werk gaan doen, er was informatie over kinderarbeid, de arbeidsparticipatie van vrouwen, mijnbouw, noem het maar op. De relatie arbeid en gezondheid is er al heel lang.’
De canon wordt uiteindelijk een uitgave van het TMGN, maar op dit moment verschijnen de verschillende ‘luiken’, zoals Weel en Breedijk ze noemen, al op TBV-online. Onderwerpen die eerder de revue passeerden zijn bijvoorbeeld het gebruik van lood in werk, asbest, arbeid en gezondheid in het oude Egypte, patholoog en politicus Virchow en de Ongevallenwet van 1901. Voor Weel is het luik over Louis Heijermans een van zijn favorieten. Die schreef in 1908 het boek Handleiding tot de kennis der beroepsziekten. ‘Hij heeft heel veel zelfgemaakte foto’s gebruikt van zichtbare beroepsziektes. Deformiteiten bijvoorbeeld, zoals de glasblazerswangen of schoenmakersborst,’ zegt hij. ‘Bij het eerste blijven de wangen opgezwollen, bij het tweede deukt de borst in. Het boek is echt baanbrekend geweest.’

Steenhouwersziekte

Voor Breedijk is het luik over de steenhouwersziekte een bijzondere. ‘Dat is veel minder bekend dan bijvoorbeeld asbest, maar het heeft historisch een vergelijkbaar verloop,’ zegt hij. ‘De ontwikkeling, vervolgens de problemen om het te erkennen als beroepsziekte. Dat vond ik wel een eyeopener.‘ Volgens hem laat het ook zien dat beroepsziekten de kern van het vak zijn. ‘En dat de geschiedenis zich soms herhaalt. Als er nieuwe ziekten ontstaan en die hetzelfde, trage beloop krijgen, levert dat voor veel mensen problemen op. Het hangt van de politiek en maatschappij af of dingen erkend worden en hoe we ze framen.’ We kunnen volgens de historici dan ook veel leren van de geschiedenis.
De verschillende luiken zijn volgens Weel ‘vensters waardoor je als het ware naar buiten kijkt. Ze gunnen je een blik op het hele terrein van de bedrijfsgeneeskunde.’ En er zijn heel veel onderwerpen die ze interessant vinden. ‘We proberen nu te bepalen wanneer het genoeg is,’ zegt Breedijk. ‘Wanneer stoppen we?’ Voor de uiteindelijke publicatie willen ze aan het eind van het jaar klaar zijn. ‘Over de teksten wordt nog redactie gevoerd, misschien korten we teksten nog wat in of breiden we ze nog wat uit. We willen ongeveer dertig luiken opnemen in het boek. Maar ik sluit ook niet uit dat we bij belangwekkende onderwerpen daarna nog verder gaan met schrijven.’
‘Wij moeten bepalen welke bronnen op die 28 meter boekenplank van waarde zijn’
Ze hopen dat artsen inspiratie ontlenen aan de verhalen. ‘Vaak zie je dat iemand echt heeft moeten knokken om bepaalde ideeën of theorieën voor het voetlicht te brengen. We kunnen inspiratie opdoen uit het verleden, de verhalen zijn van belang en kunnen als preventie dienen bij actuele problemen,’ zegt Weel. Breedijk vult aan dat hij hoopt dat de luiken mensen alert maken. ‘Stel je ziet in het spreekuur iets dat vreemd of nieuw is, dan is dat iets om uit te zoeken. Het kan het begin zijn van iets gigantisch, zo is alles ooit ontdekt. Wij moeten ons vak zelf maken en niet wachten op de politiek.’
Het is mogelijk om bij TMGN cursussen te volgen over medische geschiedenis en framing van ziekte. ‘Ook kunnen wij vanuit het Trefpunt iets betekenen voor artsen in opleiding bij het maken van een scriptie, het selecteren van het onderwerp en het doen van literatuuronderzoek,’ zegt Weel. ‘Ook zou het heel prettig zijn als we onze werkgroep kunnen aanvullen. We doen het nu met z’n tweeën, maar zouden graag met meer mensen nadenken over de collectie, onderzoek doen en publiciteit geven aan de geschiedenis van ons vak. Er moeten toch een paar bedrijfsartsen te vinden zijn met historische belangstelling!’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.