Het tekort aan verzekeringsartsen loopt steeds verder op. Nederland telt momenteel ongeveer 770 verzekeringsartsen, van wie het merendeel bij het UWV werkt. Tegelijkertijd stijgt het aantal WIA-aanvragen en (her)beoordelingen en worden beoordelingen complexer. De instroom in de opleiding is onvoldoende en de beroepsgroep kampt bovendien met vergrijzing en uitstroom. Het gevolg: langere wachttijden en toenemende druk op de beschikbare verzekeringsartsen. Het Nivel onderzocht daarom welke maatregelen het meeste draagvlak hebben. Opvallend is dat zowel verzekeringsartsen als burgers in grote lijnen dezelfde drie oplossingsrichtingen aanwijzen.
Afschaffen van de IVA
De meest ingrijpende optie is een stelselwijziging waarbij de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) wordt afgeschaft. Daarmee zou bij arbeidsongeschiktheidsbeoordelingen het zogenoemde duurzaamheidscriterium verdwijnen. Dat criterium bepaalt nu of iemand niet alleen volledig, maar ook duurzaam arbeidsongeschikt is en daarmee in aanmerking komt voor de IVA. Volgens het Nivel kan het schrappen van deze beoordeling een aanzienlijke hoeveelheid capaciteit vrijmaken. Verzekeringsartsen hoeven dan immers niet langer afzonderlijk vast te stellen of de arbeidsongeschiktheid duurzaam is. De maatregel is echter niet alleen een organisatorische ingreep. Het afschaffen van de IVA zou een fundamentele verandering van het stelsel betekenen en daarmee ook gevolgen hebben voor werknemers en uitkeringsgerechtigden.
Taakherschikking
Een tweede oplossingsrichting is volgens het Nivel. Door sociaal-medisch verpleegkundigen meer taken te laten uitvoeren, kunnen verzekeringsartsen worden ontlast. Daardoor komt tijd vrij voor werkzaamheden waarvoor hun specifieke deskundigheid noodzakelijk is. Het gaat volgens het Nivel nadrukkelijk niet om één-op-één vervanging van de verzekeringsarts. De inzet van andere professionals vraagt om een andere organisatie van het werk en om duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden. Voor de verzekeringsgeneeskunde betekent dit mogelijk een verdere ontwikkeling richting een meer multidisciplinair team waarin verschillende professionals hun eigen expertise inzetten.
Betere dossiers en richtlijnen
Ook de derde oplossingsrichting kan in de praktijk veel verschil maken: betere cliëntdossiers en actuelere richtlijnen. Wanneer relevante medische en functionele informatie vollediger en beter gestructureerd beschikbaar is, kan een verzekeringsarts efficiënter tot een beoordeling komen. Ook richtlijnen kunnen volgens het Nivel helpen om beoordelingen minder tijdrovend te maken. Het gaat daarbij niet alleen om het actualiseren van de inhoud, maar ook om de manier waarop richtlijnen in de dagelijkse praktijk worden gebruikt.
Een deel van de voorgestelde oplossingen is inmiddels al in ontwikkeling. De verdere uitvoering vraagt volgens het Nivel om samenwerking tussen beroepsverenigingen, opleidingen, overheid, UWV en andere werkgevers van verzekeringsartsen. Download hier het onderzoek.


