Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Standaardisatie: een vroegere visie op kwaliteit van zorg voor arbeid en gezondheid

André Weel
Jurjen Breedijk
Het vakgebied Arbeid en Gezondheid kent een lange en rijke geschiedenis. André Weel en Jurjen Breedijk, beiden bedrijfsarts en curator bij het Trefpunt Medische Geschiedenis Nederland op Urk, werken aan een Canon waarin deze geschiedenis in enkele tientallen bijdragen wordt samengevat. Deze teksten worden te zijner tijd gebundeld in een boek (de 'Canon voor Arbeid en Gezondheid'), maar verschijnen daarvoor al op TBV-online.
Fig. 1. Demonstratiebord van het Model Bedrijfsgezondheidszorg van bedrijfsarts Jenniskens. L.a.p. = longitudinaal arbeidsprofiel. L.g.p. = longitudinaal gezondheidsprofiel

Oppervlakkig bezien lijkt de arbozorg in Nederland goed geregeld. De meeste bedrijven en instellingen hebben een contract met een gecertificeerde arbodienst. De arbodiensten hebben vaak meerdere spreekuurlocaties. Bij grotere bedrijven is dat op het bedrijf zelf, waar werknemers de bedrijfsarts of arboverpleegkundige kunnen consulteren. Dat gebeurt ‘verplicht’ in het kader van het ziekteverzuim, maar er is ook een open ‘vrijwillig’ spreekuur waar werknemers terecht kunnen met hun vragen over hun werk en werkomstandigheden. Vrijwel alle Nederlandse bedrijven laten een risico-inventarisatie en -evaluatie uitvoeren.

Binnen het kader van de Arbeidsomstandighedenwet hebben arbodiensten een grote vrijheid om de arbozorg vorm te geven, als het gaat om het gebruik van werkmethoden, instrumenten en de verwerking van de verzamelde gegevens. Van onderlinge samenwerking is nauwelijks sprake, wel van concurrentie en soms ook van bedrijfsovername. Nederland kent een vrije markt voor arbeid en gezondheid. Deze is medio jaren negentig ontstaan, als uitvloeisel van de wetgeving van destijds.

Het Model Bedrijfsgezondheidszorg

Als we het beeld schetsen van vóór deze ’vermarkting’ van de zorg voor arbeid en gezondheid, dan vallen de grote verschillen met de tegenwoordige toestand op. We gaan daartoe terug naar de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Bedrijven zijn dan meestal op vrijwillige basis aangesloten bij een bedrijfsgezondheidsdienst (BGD). Een wettelijke verplichting tot aansluiting is er alleen voor bedrijven met industriële of stuwadoorsarbeid met 750 of meer werknemers, of bij aanwezigheid van speciale risico’s zoals de verwerking van loodhoudende producten.

In 1971 neemt de BGD West-Brabant te Breda het initiatief voor een Model Bedrijfsgezondheidszorg. Dit is een ambitieuze poging om orde te scheppen in de dagelijkse activiteiten en gegevensstromen. Inspirator van deze vernieuwing is bedrijfsarts P.A.H. (Piet) Jenniskens, auteur van het boek ‘Modelleren van bedrijfsgezondheidszorg’.1

Het Model heeft ten doel om structuur in de verzamelde informatie aan te brengen. Het wil een aanzet geven tot een systeem van samenhangende onderzoeksmethoden, zowel mens- als werkgericht. Jenniskens heeft het Model gevisualiseerd op een demonstratiepaneel (fig. 1) waarmee hij stad en land heeft afgereisd.

Een van de manieren om de kwaliteit van de arbodienstverlening te vergroten is de standaardisatie van het professioneel instrumentarium, zoals vragenlijsten en onderzoeksmethoden. Van 1977 tot 1983 is de Commissie Standaardisatie van de Werkgroep Directeuren Gecombineerde Bedrijfsgeneeskundige Diensten (de (‘Club Royal’) van de NVAB hiermee bezig. Deze Commissie ontwikkelt de Groene Formulieren: vragenlijsten voor aanstellingskeuring en periodiek bedrijfsgezondheidkundig onderzoek (fig. 2), een formulier voor lichamelijk onderzoek (fig. 3) en een formulier voor biometrie (fig 4). De formulieren worden landelijk ingevoerd. Standaardisatie wordt zo de weg naar kwaliteit van zorg en naar regionale en landelijke informatie over arbeid en gezondheid.


Fig. 2, 3 en 4. Fragmenten van de Groene Formulieren: de Vragenlijst Werkomstandigheden, Lichamelijk Onderzoek en Biometrie.

Streven naar standaardisatie

Bij de BGD-en, verenigd in een federatie, is er een uitgesproken streven naar standaardisatie. Elke BGD moet van elke werknemer en werkplek dezelfde gegevens verzamelen, en ook op dezelfde manier, zodat die gegevens vergelijkbaar zijn, en overdraagbaar als een werknemer verhuist. Standaardisatie wordt gezien als een basisvoorwaarde voor een betere kwaliteit van zorg. Standaardisatie komt in de praktijk vooral neer op het gebruik van vragenlijsten (‘groene formulieren’) en de verwerking daarvan tot groepsgegevens. Alleen enkele grote bedrijven zoals PTT, NS, Philips en Hoogovens, blijven buiten het landelijk streven naar standaardisatie. Zij hebben hun eigen formulieren en verwerkingssystemen.

De standaardformulieren hebben zeker een uniformerend effect op het bedrijfsgeneeskundig handelen. De formulieren fungeren als een soort checklists voor BGD en bedrijfsarts. Door de automatisering wordt groepsverwerking van de ingevulde formulieren mogelijk. Zo kan men middels data-analyse al in de jaren tachtig groepsgegevens over bedrijven, functies en afdelingen genereren. Die groepsgegevens blijken van waarde voor de bedrijfsadvisering. Men kan daarmee problemen op het spoor komen die spelen bij beroeps- en functiegroepen, en bij bedrijfsafdelingen. Zo ontstaat de ‘Atlas Gezondheid en Werkbeleving naar beroep’.2, 3 De BGBouw (Bedrijfsgezondheidsdienst voor de Bouw) heeft hierbij een voortrekkersrol gespeeld.4

‘Nederland is ziek’

Maar dan pakken donkere wolken zich samen op het terrein van de arbeidsongeschiktheid. In 1990 is het aantal arbeidsongeschikten in Nederland met een gehele of gedeeltelijke WAO-uitkering opgelopen tot boven de 900.000. Dat brengt toenmalig premier Lubbers tot zijn iconische uitspraak ‘Nederland is ziek!’. Er komt een stroom van wetgeving op gang om ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid terug te dringen, onder andere door de uitkeringen te verlagen en door strengere criteria voor de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid in te voeren. Ook wordt het sociale-zekerheidsstelsel gereorganiseerd. Er komt een eigen risico voor werkgevers: zij moeten de loonkosten van de zieke werknemer twee (voor kleine) dan wel zes weken (voor grote bedrijven) doorbetalen.

De controle in die periode moet de werkgever zelf regelen bij een BGD. Deze BGD-en vormen zich in hoog tempo om tot arbodiensten inmiddels. Een BGD is traditioneel een non-profit-instelling: een vereniging of stichting met een paritair bestuur van werkgevers en werknemers. Een arbodienst is een onderneming die ook een andere rechtsvorm kan hebben, zoals een BV, en die winst mag maken. Dit alles leidt tot een wildgroei van arbodiensten en hevige onderlinge concurrentie op de tarieven voor de werkgevers.

Door de privatisering van de zorg voor arbeid en gezondheid, die volledig past in het neoliberale beleid van de kabinetten Lubbers-2 (CDA en VVD) (1986-1989) en Lubbers-3 (CDA en PvdA) (1989-1994), en de onderlinge concurrentie die daarvan het gevolg is, houdt het standaardisatiestreven geen stand. De Groene Formulieren verdwijnen van het toneel. Een ander gevolg van deze ‘Umwertung’ is dat verzuimbegeleiding en -controle een ruime plaats binnen de arbodienstverlening gaan innemen. Ook in 2025 besteden bedrijfsartsen het merendeel van hun tijd aan verzuimende werknemers. Dit is nu eenmaal het terrein waaraan de meeste werkgevers prioriteit geven. Preventie is daarmee een randverschijnsel geworden in de zorg voor arbeid en gezondheid.

Literatuur

1. Jenniskens PAH. Modelleren van Bedrijfsgezondheidszorg. Breda: Stichting Bedrijfsgezondheidszorg West Brabant, 1982.
2. Weel ANH, Broersen JPJ, Dijk FJH van. Atlas Gezondheid en Werkbeleving naar beroep: deel I en II. Amsterdam: Nederlands Instituut voor Arbeidsomstandigheden NIA, 1991.
3. Weel ANH, Broersen JPJ, Dijk FJH van. Beroep, werklast, gezondheid en welzijn: een beknopte atlas van arbeidsbelasting en gezondheid: vergelijking van eer aantal beroepen Amsterdam: Nederlands Instituut voor Arbeidsomstandigheden NIA, 1991.
4. Broersen JPJ, Bloemhoff A, Duivenbooden JC van, Weel ANH, Dijk FJH van. Atlas Gezondheid en Werkbeleving in de Bouw. Coronel Laboratorium / Studiecentrum Arbeid en Gezondheid, Universiteit van Amsterdam. Amsterdam, 1992

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.