Inleiding
De bedrijfsgeneeskunde staat voor een grote uitdaging door de vergrijzing van bedrijfsartsen, waarbij 40% van hen binnen drie jaar met pensioen gaat en 73% binnen tien jaar. Taakdelegatie biedt onvoldoende soelaas om dit tekort op te vangen. Artificiële intelligentie (AI) kan administratietijd verkorten. Er is echter weinig bekend over acceptatie van AI door bedrijfsartsen, specifiek bij de verslaglegging van consulten. Dit onderzoek richt zich daarom op de motivatoren en belemmeringen voor bedrijfsartsen bij het gebruik van AI voor verslaglegging. Daarnaast richt het onderzoek zich op de vraag of werklocatie, gender, leeftijd, functie en jaren werkervaring geassocieerd is met grotere motivatie om met AI te werken.
Methode
Dit kwantitatieve, cross-sectionele onderzoek werd uitgevoerd met een gestructureerde vragenlijst die werd verspreid onder alle artsen binnen een arbodienst. De vragenlijst bestond uit 13 items, waaronder dichotome en ordinale vragen, en was gebaseerd op het ASE-model. De data werden geanalyseerd met beschrijvende en univariabele ordinale regressieanalyse.
Resultaten
De steekproef omvatte 39 deelnemers uit een populatie van 89 artsen, 64% was vrouw met een gemiddelde leeftijd van 46 jaar (SD12.4). Van de 39 respondenten was 56% groot voorstander van het gebruik van AI in verslaglegging. Ongeveer 80% gaf aan dat zij meer inzicht nodig hadden in de gevaren en nadelen van AI, zoals privacy kwesties, voordat zij AI zouden gebruiken. Voor een succesvolle implementatie van AI in de bedrijfsgeneeskunde vond men scholing, waarborgen van privacy en duidelijke richtlijnen noodzakelijk. De meerderheid van de deelnemers gaf aan vooraf training te willen ontvangen, het liefst gegeven door een collega-arts (50%). Wat betreft de geografische locatie bleek dat perifeer werkende bedrijfsartsen significant lagere odds hadden op grotere motivatie in AI-gebruik dan hun collega’s in de Randstad (OR 0.20, 95% CI 0.04-0.86, p=0.03). Er werd geen statistisch significant verschil gevonden in leeftijd (OR 0.98, 95% CI 0.03- 0.94), tussen mannen en vrouwen (OR 1.45, 95% CI 0.40-5.29), werkzame jaren (OR 0.96, 95% CI 0.91-1,02) of tussen bedrijfsartsen en artsen (niet) in opleiding tot specialist (A(N)IOS) (OR.0.35, 95% CI 0,09-1.33).
Conclusie
Dit onderzoek toont aan dat er onder bedrijfsartsen aanzienlijke bereidheid is om AI te gebruiken voor verslaglegging, hoewel er zorgen bestaan over privacy, gedegen risicoanalyse en adequate scholing. De resultaten suggereren dat geografische locatie een rol speelt in de acceptatie van AI. Toekomstig onderzoek zou zich moeten richten op de motivatoren en belemmeringen van nonresponders en verder exploreren welke factoren de acceptatie van AI beïnvloeden in een grotere populatie.
Lees het hele onderzoek hier.
Eva Keijsper, bedrijfsarts bij de Perspectiefgroep, deed dit onderzoek tijdens haar opleiding tot
bedrijfsarts bij de NSPOH. Ze werd daar begeleid door Pim Knuiman en Sietske Tamminga.


