Tijdens mijn eerste co-schap liep ik mee met een aios Interne Geneeskunde. Hij was bijna geregistreerd en concludeerde zuchtend dat hij tijdens zijn opleiding nog het meeste gehad zou hebben aan extra vakken op de secretaresseopleiding Schoevers. Ik lachte mee, want ik had na de eerste weken ook door dat de verhouding tussen patiëntencontact en administratie zeer ongunstig uitviel voor de patiënt.
Dat de inhoud en het doel van de administratie per opleidingsfase en vak zouden verschillen kon ik toen nog niet weten. De opleiding richtte zich op de inhoud, de rest was bijzaak. Pas als basisarts zag ik de invloed van andere belangen. Het ging om geld, vinkjes en het indekken tegen juridische procedures. Dit kwam vooral door externe factoren; in de curatieve sector waren het de zorgverzekeraars en de NZa die de regels bepaalden.
‘Het ging om geld, vinkjes en het indekken tegen juridische procedures’
Hoe anders was dat toen ik landde in de bedrijfsgeneeskunde; hier waren geen zelfstandig bestuursorganen die zich met de praktijk bemoeiden. De uitgebreide dossiervoering en gesprekken met werknemers bleven, maar de controle kwam niet van buitenaf. Sterker nog, de controle bleek naast me te zitten tijdens het klantoverleg. De accountmanagers spraken de contracten af en de binnendienst controleerde de declaraties. Deepsell en cross-sell werden opeens onderdeel van mijn medisch woordenboek. En dat voor extra diensten die ik niet kan leveren, want ik word volledig ingezet voor verzuim. Officieel mocht ik af en toe buiten de spreekkamer komen, maar mijn nieuwe controleurs hadden dat liever niet omdat dat spreekuurtijd kostte.
Ik leerde dat er een wettelijk basiscontract bestaat, waarin meer facetten van ons vak worden benoemd, maar waaraan praktisch niemand in het veld voldoet. De kaders van het UWV en de verzuimcijfers zijn leidend, de gezondheid van werknemers is een bijzaak.
Een beetje beduusd van deze constateringen zocht ik mijn weg in de bedrijfsgeneeskunde. Ik sprak ervaren bedrijfsartsen, leerde ruimte te zoeken voor mijn professionele taken en ging op zoek naar best practices om mee te nemen in mijn dagelijkse praktijk. Ik vond een plek waar ik meer autonomie heb, maar waar ik nog steeds een dubbelrol speel. Op papier ben ik een nette verzuimboer, in de praktijk combineer ik verzuim met het inzetten van brede bedrijfsgeneeskundige kennis op de werkvloer. Het voelt als schaken op twee borden. Deze dubbelrol spelen leer je niet tijdens de basisopleiding en helaas ook niet tijdens je specialisatie. Ik adviseer de opleiding tot bedrijfsarts daarom een module creatief boekhouden toe te voegen aan het curriculum.
▶ Anne van der Velden is bedrijfsarts, huisarts niet-praktiserend


