Dat neemt niet weg dat ingrijpen nodig is. Een verdere verschuiving van de AOW-leeftijd is haast onvermijdelijk gezien de stijgende kosten van de AOW. Het aantal ouderen blijft immers gestaag groeien, terwijl het aantal werkenden dat de AOW via premies en belastingbijdragen voor hun rekening moet nemen veel minder hard stijgt. Een geleidelijke stijging van de AOW-leeftijd heeft vooral impact voor mensen die nog ver van hun pensioendatum af zijn. Iemand die nu 30 is zou volgens de plannen van het kabinet Jetten tot zijn of haar 71ste verjaardag moeten werken, anderhalf jaar langer dan waar je uitkomt met de huidige manier van rekenen. Maar met 69 jaar en zes maanden ben je ook niet meer piepjong. Beide rekenvoorbeelden zijn gebaseerd op CBS-prognoses van de levensverwachting. Ook daar ligt nog een voorbehoud, want door alle dynamiek in de wereld is niet aannemelijk dat voorspellingen tot over ruim een halve eeuw correct zullen zijn.
Gevolgen
Het kan dus allemaal nog wat anders lopen dan in het regeerakkoord is vastgelegd of het CBS berekent, maar dat de pensioenleeftijd blijft stijgen lijkt zeker. Reden genoeg om in TBV stil te staan bij de vraag wat langer doorwerken betekent voor de gezondheid van werkenden.
Er zijn genoeg vragen waar we de komende tijd een antwoord op willen zoeken. We zetten er enkele op een rij:
- Wat kunnen organisaties doen om langer doorwerken zo goed mogelijk te faciliteren?
- Hoe kunnen bedrijfsartsen hierbij ondersteunen?
- Wat betekent een verdere verschuiving van de pensioendatum voor de kans op een baan voor oudere werkzoekenden? Durven werkgevers hen nog in dienst te nemen?
- Wat zijn de gevolgen voor werkenden die het niet redden? Komen zij meer dan nu al gebeurt in de WW, de bijstand of de WIA – sociale regelingen waar het kabinet Jetten ook aan wil sleutelen?
- Wat betekent dit voor de verzekeringsarts?
- Heeft het UWV plannen om oudere werkzoekenden te helpen bij een terugkeer naar betaald werk?
- Hoe zit het met mensen die zware beroepen uitoefenen? Helpt extra bescherming of taakaanpassing hen om het werk vol te houden?
- Valt met enige objectiviteit vast te stellen wat ‘zware beroepen’ zijn?
- Ook ethische vragen komen op. Is het bijvoorbeeld billijk dat praktisch opgeleiden beduidend langer moeten werken dan theoretisch opgeleiden, terwijl ze gemiddeld genomen een stuk lagere levensverwachting hebben?
- Zou het gezondheidskundig gezien niet logischer zijn om de stijging van de AOW-leeftijd te koppelen aan de gezonde levensverwachting? Zou dat politici niet stimuleren om meer in preventie te investeren?
- Nu we het over politici hebben rijst ook de vraag welke signalen onze beroepsgroepen moeten afgeven in Den Haag en in het publieke debat?
Er zijn vast nog meer vragen rond dit thema die de bedrijfs- en verzekeringsgeneeskunde raken. Belangrijke pijlers zijn in ieder geval de plicht voor werkgevers om het werk en functies zo in te richten dat deze bijdragen aan gezondheid, én het behoud van solidariteit om voldoende financiële zekerheid te bieden aan mensen die door gezondheidsproblemen of zware arbeid het werk niet tot aan de verhoogde AOW-leeftijd kunnen volhouden.
| Suggesties voor vragen die om een antwoord vragen zijn welkom!
De TBV-redactie wil de komende tijd verschillende bijdragen plaatsen over dit onderwerp. Deze kunnen opiniërend of meer praktisch van aard zijn. Beschouw dit als een uitnodiging om een bijdrage in te sturen. We hebben ook het plan deskundigen te interviewen over dit onderwerp. Graag horen we met wie we in gesprek kunnen gaan. Joost van der Gulden, Bas Sorgdrager, Moniek van Zitteren en Sylvia van der Burg vormen de kernredactie van TBV. Contact: joost.vandergulden@icloud.com |


