Sinds anderhalf jaar ben ik met pensioen. Zeker in het begin was dat een vreemde ervaring. Ik miste de structuur, het sociale contact en de uitdagingen die een baan met zich meebrengt. Maar gelukkig ook al dat overleg en de eindeloze stroom mailtjes die moeten worden afgewikkeld. Geleidelijk aan vind ik een nieuwe manier om mijn leven in te delen.
Min of meer toevallig kwam ik drie publicaties tegen over de invloed van betaald werk op het welzijn van mensen. Je begrijpt dat ik nieuwsgierig was en gemakkelijk tijd vond om ze te lezen.
Paul de Beer, hoogleraar Arbeidsverhoudingen in Amsterdam, vroeg werkenden en werklozen om de vraag ‘Hoe tevreden bent u met uw leven, alles bij elkaar genomen?’ met een cijfer tussen nul (‘zeer ontevreden’) en tien (‘zeer tevreden’) te beantwoorden. Zoals uit eerder onderzoek te verwachten viel, scoorden werkenden gemiddeld aanmerkelijk hoger (7,5) dan werklozen (5,9). Maar de spreiding in de scores is aanzienlijk: er zijn ook tevreden werklozen en ontevreden werkenden. Het verschil in tevredenheid wordt dus niet alleen bepaald doordat iemand wel of niet werkt.
De Beer stelde ook vragen over de aard van het werk en over persoonlijke kenmerken om dit verschil verder te ontrafelen. De ervaren gezondheid blijkt het grootste effect te hebben op de tevredenheid met het eigen leven. Dit wordt gevolgd door wel of niet ‘intrinsiek goed werk’ hebben. Denk hierbij aan inhoudelijk leuk werk met ontplooiingsmogelijkheden. Ook de arbeidsvoorwaarden en de psychosociale belasting van het werk hebben een significant effect op tevredenheid met het leven. Het gaat dus niet zozeer om wel of niet werken, maar vooral om de kwaliteit van het werk.
In een studie met een vergelijkbare opzet vond Patricia van Echtelt, onderzoeker bij het SCP, dat werklozen en niet-werkende arbeidsongeschikten beduidend minder tevreden zijn met hun leven dan werkenden. Dit blijkt voor een belangrijk deel te verklaren doordat zij meer sociale uitsluiting ervaren dan werkenden. Werklozen en arbeidsongeschikten zijn maatschappelijk minder actief en hebben minder sociale contacten. Dit komt deels door een tekort aan financiële middelen, deels door een groter gevoel van onveiligheid ten aanzien van de eigen woonomgeving. De lagere sociale participatie van werklozen en arbeidsongeschikten hangt ook samen met hun slechtere gezondheid. Net als in het onderzoek van De Beer blijkt gezondheid dus van invloed op tevredenheid met het leven.
Dat maakt nieuwsgierig naar het derde onderzoek onder mensen met een kwetsbare gezondheid. Evelien Brouwers, hoogleraar Mentale gezondheid en duurzame inzetbaarheid in Tilburg, interviewde met haar collega’s mensen met autisme met en zonder betaald werk. Uit de interviews kwam naar voren dat betaald werk behalve structuur en financiële zekerheid ook zingeving en sociale contacten biedt, en bijdraagt aan persoonlijke groei en ontwikkeling. Mensen zonder betaald werk misten deze pluspunten en zeiden dat zij zich vaak niet gewaardeerd voelden. Zij noemden ook gevoelens van schaamte en ‘er niet bij horen’, en hadden vaak een laag gevoel van eigenwaarde. Een van de deelnemers vertelde ‘als je een halfjaar thuiszit dan worden verjaardagen ook niet meer leuk, want dan vragen ze toch van: “Hoe gaat het op je werk? Wat doe je allemaal?” Nou ik doe helemaal niks. Ik wil ook niet meer naar de winkel toe, want de buren denken dat ik de hele tijd thuis zit.’ Schaamte draagt zo bij aan de lagere sociale participatie die uit het onderzoek van Van Echtelt naar voren komt.
Zowel werkende als niet-werkende geïnterviewden gaven aan dat betaald werk veel stress kost en te veel energie vraagt wanneer je autisme hebt. Een ruim deel van hen had daardoor een burn-out gehad, soms bij herhaling. Het niet goed herkennen en bewaken van de eigen grenzen speelt hierbij een belangrijke rol. Voor mensen zonder werk was dit energieverlies vaak de reden voor blijvende uitval. Eén van hen zei hierover ‘het kostte me zodanig veel energie dat ik aan het werk of aan het slapen was. Ik had gewoon geen ruimte meer voor andere dingen’.
Van Echtelt signaleert dat werkenden en niet-werkenden weinig van elkaar verschillen in hun opvattingen over arbeid en in de mate waarin ze een plicht tot werken onderschrijven. Dit arbeidsethos kan bij werkloosheid een prikkel vormen om te blijven solliciteren, ook als het niet makkelijk lukt om een baan te vinden. Het kan echter ook een last vormen, wanneer arbeidsongeschikten zich schamen voor het feit dat ze niet kunnen werken.
Gepensioneerden zijn in dit opzicht beter af, omdat niemand verwacht dat ze nog werken. Ze zijn meestal iets gelukkiger dan toen ze nog werkten, las ik in een van de publicaties.
Noot
Het onderzoek van Evelien Brouwers en collega’s verschijnt binnenkort in TBV.
Joost van der Gulden is TBV-redacteur
contact: joost.vandergulden@icloud.com


