Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Langer doorwerken vraagt om werkaanpassingen

Marieke van Hoffen
Marieke van Hoffen
TBV-online besteedt de komende tijd aandacht aan de lichamelijke en psychische gevolgen van langer doorwerken. Deze bijdrage van Marieke van Hoffen, bedrijfsarts en TBV-redacteur, past bij dit thema. Zij legt uit wat langer doorwerken betekent voor het cognitief functioneren en werkvermogen van oudere werknemers.
AdobeStock

Over cognitieve veroudering, performale intelligentie en realistische inzetbaarheid

De verhoging van de AOW‑leeftijd wordt in Nederland vooral beargumenteerd vanuit demografische en financiële noodzaak. We leven langer, blijven gezonder en het pensioenstelsel moet betaalbaar blijven. Wat in dit debat echter nog te weinig expliciet wordt meegenomen, is wat langer doorwerken betekent voor het cognitief functioneren en het werkvermogen van werknemers. Juist daar liggen de grenzen aan beleidsmatige rekbaarheid – en de sleutel tot duurzaam langer doorwerken.1,2

Performale intelligentie neemt af met de leeftijd

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt consistent dat de zogenoemde performale of fluïde intelligentie gemiddeld afneemt met het toenemen van de leeftijd. Het gaat hierbij om cognitieve functies als verwerkingssnelheid, mentale flexibiliteit, werkgeheugen en het snel oplossen van nieuwe problemen.3,4 Deze functies pieken doorgaans in de vroege volwassenheid en nemen daarna geleidelijk af.

Daartegenover staat de gekristalliseerde intelligentie (kennis, ervaring, woordenschat en professioneel oordeelsvermogen). Deze blijft vaak stabiel of neemt zelfs toe tot op hogere leeftijd.3,5 Neurocognitief onderzoek koppelt de afname van performale intelligentie aan veranderingen in fronto‑pariëtale hersennetwerken en wittestofintegriteit. Deze veranderingen hangen samen met een tragere informatieverwerking.3,6,7

Wat zien we in de praktijk?

In de dagelijkse werkpraktijk vertaalt deze cognitieve verschuiving zich in herkenbare patronen. Oudere werknemers lopen relatief vaker vast bij hoge en continue tijdsdruk, multitasking, frequente onderbrekingen en voortdurende technologische of organisatorische veranderingen. Dit gaat vaak gepaard met snellere mentale vermoeidheid, grotere herstelbehoefte en een hogere foutgevoeligheid onder tijdsdruk.2,8

Tegelijkertijd zijn ook duidelijk sterke kanten zichtbaar. Werk dat leunt op ervaring, overzicht, patroonherkenning, kwaliteitsbewaking en professioneel oordeelsvermogen blijft vaak goed uitvoerbaar tot op hogere leeftijd. Oudere werknemers blijken bovendien sterk in het begeleiden en coachen van collega’s en in het signaleren van risico’s.1,7 Dit betekent dat tijdige taakaanpassing kan helpen om werken langer vol te houden en daar meer plezier aan te beleven.

De rol van de bedrijfs- en verzekeringsarts

Voor bedrijfs‑ en verzekeringsartsen ligt hier een belangrijke rol. Zij kunnen tijdig signalen van oplopende mentale belasting bespreekbaar maken zonder deze te medicaliseren, en samen met werknemer en werkgever zoeken naar aanpassingen in taakinhoud, tempo en herstelmogelijkheden.8 Cruciaal is dat individuele adviezen worden vertaald naar de organisatiecontext, bijvoorbeeld via functiedifferentiatie, vergroting van regelruimte en structurele kennisborging.1,2,7

Grenzen aan verdere ophoging van de AOW‑leeftijd

Nederlandse populatiestudies laten zien dat mensen gemiddeld langer doorwerken dan in het recente verleden, maar dat een deel van die extra werkjaren gepaard gaat met een verminderd werkvermogen.1,2 Werkvermogen omvat meer dan gezondheid alleen en vraagt om aandacht voor de mentale belastbaarheid en de fit tussen persoon en werk. Hierin bestaan belangrijke individuele verschillen.

Een uniforme verhoging van de AOW‑leeftijd veronderstelt impliciet dat werknemers, ongeacht hun beroep en werkcontext, in staat zijn om cognitief en organisatorisch langer door te werken. De praktijk laat zien dat deze aanname niet realistisch is. Zonder gelijktijdige investeringen in passend werkontwerp, benutting van ervaring, geregelde bij- en nascholing en levensloopgericht HR‑beleid neemt het risico toe op uitval en extra druk op de sociale zekerheid.1,2

Tot slot

Psychologische fitheid en duurzame inzetbaarheid zijn geen individuele opdrachten, maar het resultaat van de interactie tussen mens, werk en organisatie.1,2,5 Bedrijfs‑ en verzekeringsartsen spelen hierin een sleutelrol door individuele signalen te vertalen naar structurele verbeteringen in werk en beleid. Tegelijk vraagt het AOW‑debat om realisme: verdere verhoging van de AOW‑leeftijd is alleen verantwoord wanneer werkgevers én overheid hun verantwoordelijkheid nemen om werk tijdig aan te passen aan normale cognitieve veroudering – inclusief de afname van performale intelligentie – in plaats van de oplossing bij het individu neer te leggen.1,2

Literatuur

1. Noordt M van der, Boer G de, Eysink PED. Hoe ziet langer doorwerken eruit? De gezondheid en het werkvermogen van werkende 55‑plussers. Bilthoven: RIVM, 2025. https://www.rivm.nl/publicaties/hoe-ziet-langer-doorwerken-eruit-gezondheid-en-werkvermogen-van-werkende-55-plussers
2. Heuvel S van den Heuvel, Koopmans L. Duurzame inzetbaarheid voor alle leeftijden. Leiden: TNO, 2022. https://monitorarbeid.tno.nl/publicaties/duurzame-inzetbaarheid-voor-alle-leeftijden/
3. Mitchell DJ, Mousley ALS, MA Shafto, et al. Neural Contributions to Reduced Fluid Intelligence. Journal of Neuroscience. J Neurosci. 2023 Jan 11;43(2):293-307. 10.1523/JNEUROSCI.0148-22.2022
4. Handing EP, Jiao Y, Aichele S. Age-Related Trajectories of General Fluid Cognition and Functional Decline in the Health and Retirement Study: A Bivariate Latent Growth Analysis. J Intell. 2023 Mar 29;11(4):65. 10.3390/jintelligence11040065
5. Deeg DJH, van der Noordt M, de Wind A et al. Late-career workforce participation in times of rising state pension age: the role of health and motivation. BMC Public Health 25, 4404. 2025. https://doi.org/10.1186/s12889-025-25556-1
6. Penhale SH, Arif Y, Schantell M, Johnson HJ, et al. Healthy aging alters the oscillatory dynamics and fronto-parietal connectivity serving fluid intelligence. Hum Brain Mapp. 2024 Feb 15;45(3):e26591. doi: 10.1002/hbm.26591. PMID: 38401133; PMCID: PMC10893975
7. Gong Z, Bilgel M, An Y, et al. Cerebral white matter myelination is associated with longitudinal changes in processing speed across the adult lifespan, Brain Communications, Volume 6, Issue 6, 2024, fcae412. https://doi.org/10.1093/braincomms/fcae412
8. Salthouse, TA. Theoretical Perspectives on Cognitive Aging. East Sussex: Psychology press 1991.

Marieke van Hoffen is bedrijfsarts bij HumanCapitalCare en redacteur bij TBV
Contact: m.van.hoffen@humancapitalcare.nl

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.